BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 242
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De rechter kan bedragen die geacht kunnen worden te zijn bedongen ter vergoeding van proceskosten of van buitengerechtelijke kosten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005289/artikel/96" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 96, tweede lid, onder b en c, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek</a>ambtshalve matigen, doch niet tot onder het bedrag van de krachtens de wet te begroten proceskosten respectievelijk het bedrag van de buitengerechtelijke kosten die, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht, jegens de wederpartij redelijk zijn.
2. Het eerste lid is niet van toepassing ter zake van kosten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005289/artikel/96" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 96, vijfde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek</a>en geldt niet voor overeenkomsten die strekken tot regeling van een reeds gerezen geschil.
2. Het eerste lid is niet van toepassing ter zake van kosten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005289/artikel/96" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 96, vijfde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek</a>en geldt niet voor overeenkomsten die strekken tot regeling van een reeds gerezen geschil.