BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 457
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Op de in beslag genomen zaken kan tot op het tijdstip van de verkoop opnieuw beslag worden gelegd. De beslaglegger is verplicht een zodanig beslag onverwijld te betekenen aan de deurwaarder die het eerdere beslag heeft gelegd en, zo deze er is, aan de gerechtelijke bewaarder, met vermelding van de aard van de vordering en van het beloop van het bedrag waarvoor het nieuwe beslag is gelegd of, indien de vordering nog niet is vereffend, van het geschatte bedrag.
2. Is het eerdere beslag gelegd op de grondslag van het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>dan is de beslaglegger verplicht het door hem later gelegde beslag onverwijld te betekenen aan het parket van het openbaar ministerie bij het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de strafzaak, op grond waarvan het eerdere beslag is gelegd, wordt of het laatst werd vervolgd.
3. Indien onder een beslag vorderingen tot vergoeding vallen, die voor in beslag genomen zaken in de plaats zijn getreden, worden deze ook door volgende beslagen op die zaken getroffen. Is een in beslag genomen zaak verloren gegaan, dan kan op die vorderingen tot op het tijdstip van de inning daarvan beslag worden gelegd met inachtneming van dezelfde formaliteiten als wanneer deze zaak zich nog onder de schuldenaar zou hebben bevonden.
4. Het eerste lid, tweede zin, en het tweede lid zijn niet van toepassing als er beslag is gelegd op een motorrijtuig of een aanhangwagen als bedoeld in de artikelen 440en 442en dat beslag is ingeschreven in het kentekenregister, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006622/artikel/42" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 42 Wegenverkeerswet 1994</a>.
2. Is het eerdere beslag gelegd op de grondslag van het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>dan is de beslaglegger verplicht het door hem later gelegde beslag onverwijld te betekenen aan het parket van het openbaar ministerie bij het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de strafzaak, op grond waarvan het eerdere beslag is gelegd, wordt of het laatst werd vervolgd.
3. Indien onder een beslag vorderingen tot vergoeding vallen, die voor in beslag genomen zaken in de plaats zijn getreden, worden deze ook door volgende beslagen op die zaken getroffen. Is een in beslag genomen zaak verloren gegaan, dan kan op die vorderingen tot op het tijdstip van de inning daarvan beslag worden gelegd met inachtneming van dezelfde formaliteiten als wanneer deze zaak zich nog onder de schuldenaar zou hebben bevonden.
4. Het eerste lid, tweede zin, en het tweede lid zijn niet van toepassing als er beslag is gelegd op een motorrijtuig of een aanhangwagen als bedoeld in de artikelen 440en 442en dat beslag is ingeschreven in het kentekenregister, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006622/artikel/42" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 42 Wegenverkeerswet 1994</a>.