BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 475h
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Een vervreemding, bezwaring, afstand of onderbewindstelling van een door het beslag getroffen vordering, tot stand gekomen nadat het beslag is gelegd, kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen. Hetzelfde geldt voor een in weerwil van het beslag gedane betaling of afgifte, tenzij de derde heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden gevergd om de betaling of afgifte te voorkomen.
2. Op door het beslag getroffen zaken is artikel 453avan overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid kan een in weerwil van het beslag gedane betaling aan de notaris ten behoeve van de overdracht van een onroerende zaak tegen de beslaglegger worden ingeroepen, indien dit beslag is gelegd nadat de koop van de zaak is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005291" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>, op de wijze die is voorgeschreven in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>.
2. Op door het beslag getroffen zaken is artikel 453avan overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid kan een in weerwil van het beslag gedane betaling aan de notaris ten behoeve van de overdracht van een onroerende zaak tegen de beslaglegger worden ingeroepen, indien dit beslag is gelegd nadat de koop van de zaak is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005291" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>, op de wijze die is voorgeschreven in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>.