BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 995
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. In de zaken die ingevolge het bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>bepaalde met een verzoek worden ingeleid, is, tenzij anders is bepaald, bevoegd de rechter van de woonplaats van de rechtspersoon. Nadat de rechtspersoon is opgehouden te bestaan blijft deze rechter bevoegd in zaken betreffende de vereffening, de benoeming van bewaarders van boeken en bescheiden en het verlenen van machtiging tot inzage in boeken en bescheiden.
2. Het verzoekschrift vermeldt, onverminderd het in artikel 278bepaalde, de naam en de woonplaats van de rechtspersoon.
3. De rechter gelast in ieder geval de oproeping van de rechtspersoon.
2. Het verzoekschrift vermeldt, onverminderd het in artikel 278bepaalde, de naam en de woonplaats van de rechtspersoon.
3. De rechter gelast in ieder geval de oproeping van de rechtspersoon.