BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 438a
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. In zaken betreffende een executie die volgens de tweede en de derde titel van dit Boek of <a href="/wet/BWBR0005291" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 9 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>worden ingeleid door indiening van een verzoek aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, is bevoegd de voorzieningenrechter in wiens rechtsgebied de te executeren zaken zich geheel of grotendeels bevinden of de executie zal geschieden.
2. De indiening van verzoeken krachtens de artikelen 459, derde lid, 461b, 462, tweede lid, 463, vijfde lid, 463a, 465, 481, eerste lid, 496, tweede lid, en 506, tweede lid, kan ook door een deurwaarder geschieden. Hetzelfde geldt voor een verzoek krachtens artikel 234, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, indien de executie door een pandhouder geschiedt, of krachtens artikel 251 van dat Boek. Indien een deurwaarder het verzoek indient, geldt zijn kantoor als gekozen woonplaats van de verzoeker.
2. De indiening van verzoeken krachtens de artikelen 459, derde lid, 461b, 462, tweede lid, 463, vijfde lid, 463a, 465, 481, eerste lid, 496, tweede lid, en 506, tweede lid, kan ook door een deurwaarder geschieden. Hetzelfde geldt voor een verzoek krachtens artikel 234, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, indien de executie door een pandhouder geschiedt, of krachtens artikel 251 van dat Boek. Indien een deurwaarder het verzoek indient, geldt zijn kantoor als gekozen woonplaats van de verzoeker.