BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 187
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
De rechter kan ambtshalve of op verzoek van een of meer partijen deskundigen vragen hun kosten te begroten. Door de eisende partij wordt een door de rechter te bepalen voorschot en, als dit is bepaald, een nader voorschot, voor die kosten ter griffie gestort, voor zover niet bij het vonnis, bedoeld in artikel 186, eerste lid, in verband met de omstandigheden van het geding de wederpartij of beide partijen samen daartoe is of zijn aangewezen. Aan partijen aan wie ingevolge de <a href="/wet/BWBR0006368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de rechtsbijstand</a>een toevoeging is verleend of bij wie ingevolge <a href="/wet/BWBR0028899/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken</a>het griffierecht voor onvermogenden is geheven, wordt geen voorschot opgelegd. Ook wordt geen voorschot opgelegd aan de partijen van wie geen griffierecht is geheven en aan wie de griffier verklaart dat, als van hen wel griffierecht zou zijn geheven, dat het griffierecht voor onvermogenden zou zijn. Weigert de griffier een verklaring als bedoeld in de vorige zin af te geven, dan staat daartegen verzet open op de wijze als voorzien in <a href="/wet/BWBR0028899/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken</a>.