BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 598
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Van de ingijzelingstelling en de insluiting in het huis van bewaring maakt de deurwaarder een akte op.
2. De akte vermeldt:
a. het vonnis of de beschikking waarin de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang is toegestaan;
b. de datum van de betekening;
c. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldeiser;
d. een door de schuldeiser gekozen woonplaats in de gemeente waarin de schuldenaar is ingesloten;
e. de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder;
f. de naam en de woonplaats van de schuldenaar;
g. plaats en tijdstip van de ingijzelingstelling en, indien daarbij getuigen aanwezig waren, hun namen en woonplaatsen;
h. het voorschot van onderhoud voor ten minste dertig dagen;
i. de vermelding dat de schuldenaar een afschrift van de akte heeft ontvangen.
3. Bij het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner zijn de <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10</a>en <a href="/wet/BWBR0006763" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden</a>op de akte, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Is na het binnentreden de schuldenaar niet gegijzeld, dan maakt de deurwaarder, met overeenkomstige toepassing van de <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10</a>en <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden</a>en van het tweede lid, onder a, b, c, e, f en g, eveneens een akte op.
2. De akte vermeldt:
a. het vonnis of de beschikking waarin de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang is toegestaan;
b. de datum van de betekening;
c. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldeiser;
d. een door de schuldeiser gekozen woonplaats in de gemeente waarin de schuldenaar is ingesloten;
e. de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder;
f. de naam en de woonplaats van de schuldenaar;
g. plaats en tijdstip van de ingijzelingstelling en, indien daarbij getuigen aanwezig waren, hun namen en woonplaatsen;
h. het voorschot van onderhoud voor ten minste dertig dagen;
i. de vermelding dat de schuldenaar een afschrift van de akte heeft ontvangen.
3. Bij het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner zijn de <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10</a>en <a href="/wet/BWBR0006763" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden</a>op de akte, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Is na het binnentreden de schuldenaar niet gegijzeld, dan maakt de deurwaarder, met overeenkomstige toepassing van de <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10</a>en <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden</a>en van het tweede lid, onder a, b, c, e, f en g, eveneens een akte op.