BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 812
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Iedere beschikking betreffende de gezagsuitoefening over minderjarigen, de beschikkingen ingevolge de <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/253s" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 253s</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/265b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">265b</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/326" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">326</a>en <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/336a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">336a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>daaronder begrepen, geeft degene aan wie deze minderjarigen ingevolge de beschikking tijdelijk of blijvend worden toevertrouwd, van rechtswege het recht tot het aan hem doen afgeven van deze minderjarigen, zonodig met behulp van de sterke arm.
2. Een beschikking als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/253a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 253a, eerste en tweede lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/377a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 377a, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>kan slechts met de sterke arm ten uitvoer worden gelegd voorzover dit bij die beschikking is bepaald.
2. Een beschikking als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/253a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 253a, eerste en tweede lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/377a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 377a, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>kan slechts met de sterke arm ten uitvoer worden gelegd voorzover dit bij die beschikking is bepaald.