BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 491
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De executie tot afgifte van een roerende zaak die geen registergoed is, vangt aan met een bevel als bedoeld in artikel 439, dat van overeenkomstige toepassing is, behoudens dat de in het eerste lid van dat artikel bedoelde termijn niet behoeft te worden in acht genomen ter zake van de executie van vonnissen en beschikkingen, die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard.
2. De executie geschiedt doordat de deurwaarder de zaak onder zich neemt en afgeeft aan degene die haar krachtens de executoriale titel moet ontvangen. Hij maakt van een en ander onverwijld proces-verbaal op.
3. De artikelen 440en 443-444bzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 444bde waarde van de zaak in de plaats treedt van het bedrag van de vordering waarvoor beslag is gelegd.
2. De executie geschiedt doordat de deurwaarder de zaak onder zich neemt en afgeeft aan degene die haar krachtens de executoriale titel moet ontvangen. Hij maakt van een en ander onverwijld proces-verbaal op.
3. De artikelen 440en 443-444bzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 444bde waarde van de zaak in de plaats treedt van het bedrag van de vordering waarvoor beslag is gelegd.