BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 997
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Het verzet van een schuldeiser onderscheidenlijk een wederpartij overeenkomstig de <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/100" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 100 lid 3</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/182" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">182 lid 3</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/316" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">316 lid 2</a>, <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/334l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">334l</a>, of <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/404" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">404 lid 5 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>wordt door de rechter met de meeste spoed behandeld. Indien verschillende verzoeken zijn ingediend, wordt op alle tezamen beschikt.
2. Van de dag waarop de mondelinge behandeling zal plaatsvinden, wordt door de griffier aankondiging gedaan in de <em>Nederlandse Staatscourant</em>en in een landelijk verspreid dagblad.
3. Voorts geeft de griffier kennis aan het kantoor van het handelsregister, waar de vennootschap is ingeschreven.
4. De rechtbank hoort de schuldeisers onderscheidenlijk de wederpartijen die zijn verschenen.
5. Hoger beroep moet binnen drie weken na de dagtekening van de eindbeschikking worden ingesteld bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. De voorgaande leden vinden in hoger beroep overeenkomstige toepassing.
2. Van de dag waarop de mondelinge behandeling zal plaatsvinden, wordt door de griffier aankondiging gedaan in de <em>Nederlandse Staatscourant</em>en in een landelijk verspreid dagblad.
3. Voorts geeft de griffier kennis aan het kantoor van het handelsregister, waar de vennootschap is ingeschreven.
4. De rechtbank hoort de schuldeisers onderscheidenlijk de wederpartijen die zijn verschenen.
5. Hoger beroep moet binnen drie weken na de dagtekening van de eindbeschikking worden ingesteld bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. De voorgaande leden vinden in hoger beroep overeenkomstige toepassing.