BWBR0001827
Geldig vanaf 1838-10-01
Artikel 710
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Indien over één of meer goederen geschil bestaat aan wie van twee of meer partijen zij toekomen, kunnen zij op vordering van elk der partijen in kort geding onder bewind worden gesteld door de voorzieningenrechter van de rechtbank in welker rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden of waarvoor de hoofdzaak aanhangig is of die naar de gewone regels bevoegd zou zijn van de hoofdzaak kennis te nemen.
2. Tenzij reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, vindt onderbewindstelling slechts plaats onder voorwaarde dat deze eis binnen een door de voorzieningenrechter daartoe te bepalen termijn ingesteld wordt. De voorzieningenrechter kan de termijn verlengen, indien dit voor het verstrijken van de termijn door een der partijen of de bewindvoerder wordt verzocht. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. Overschrijding van de termijn doet het bewind eindigen.
3. Door partijen op een of meer van de goederen gelegde beslagen beperken de bewindvoerder niet in de hem als zodanig toekomende bevoegdheden.
4. De bewindvoerder doet de onder het bewind staande goederen toekomen aan degene die daarop krachtens een in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak recht heeft, tenzij de voorzieningenrechter anders heeft bepaald.
5. De voorzieningenrechter kan voor het bewind zodanige voorschriften geven als hij dienstig acht. Op het bewind zijn, voor zover deze voorschriften niet anders bepalen de <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/433" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 433 lid 1</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/435" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">435</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/436" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">436 leden 1-3</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/437" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">437</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/438" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">438 lid 1</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/439" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">439</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/441" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">441 lid 1, eerste zin</a>, en <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/422" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">442-448 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing. Het kan door een gezamenlijk besluit van partijen of op verzoek van een hunner door de voorzieningenrechter worden opgeheven.
2. Tenzij reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, vindt onderbewindstelling slechts plaats onder voorwaarde dat deze eis binnen een door de voorzieningenrechter daartoe te bepalen termijn ingesteld wordt. De voorzieningenrechter kan de termijn verlengen, indien dit voor het verstrijken van de termijn door een der partijen of de bewindvoerder wordt verzocht. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. Overschrijding van de termijn doet het bewind eindigen.
3. Door partijen op een of meer van de goederen gelegde beslagen beperken de bewindvoerder niet in de hem als zodanig toekomende bevoegdheden.
4. De bewindvoerder doet de onder het bewind staande goederen toekomen aan degene die daarop krachtens een in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak recht heeft, tenzij de voorzieningenrechter anders heeft bepaald.
5. De voorzieningenrechter kan voor het bewind zodanige voorschriften geven als hij dienstig acht. Op het bewind zijn, voor zover deze voorschriften niet anders bepalen de <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/433" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 433 lid 1</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/435" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">435</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/436" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">436 leden 1-3</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/437" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">437</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/438" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">438 lid 1</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/439" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">439</a>, <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/441" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">441 lid 1, eerste zin</a>, en <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/422" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">442-448 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>van toepassing. Het kan door een gezamenlijk besluit van partijen of op verzoek van een hunner door de voorzieningenrechter worden opgeheven.