BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 5
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Het is verboden met andere vaartuigen dan vissersvaartuigen de visserij met trawlnetten, staande netten, Deense zegennetten of soortgelijke netten uit te oefenen op de vissoorten genoemd in de bijlage 1 tot en met 3in de bij die vissoorten genoemde wateren alsmede dergelijke netten aan boord te hebben van een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.
2. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan staande netten aan boord te hebben in het zeegebied en de kustwateren, bedoeld in artikel 1, onderdelen c en d, van de Uitvoeringsregeling visserij.
3. Een scheepswerf is, indien die daartoe melding doet aan de minister, vrijgesteld van het in het eerste lid gestelde verbod, voor zover het betreft de uitoefening van de visserij door een vaartuig:
a. dat in aanbouw is op die scheepswerf en nog niet is afgeleverd en niet is geregistreerd overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 en
b. waarmee in het kader van een proefvaart de visserij wordt uitgeoefend om de werking van bij dat vaartuig behorende trawlnetten, Deense zegennetten of soortgelijke netten alsmede staande netten te beproeven.
4. Het is verboden één of meer boomkorren aan boord te hebben van een vissersvaartuig waarmee ingevolge deze regeling geen tong of schol in het vangstgebied mag worden opgevist, aan boord gehouden dan wel aangeland.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op de visserij met een vissersvaartuig waarvoor een vergunning voor de garnalenvisserij als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserijis verleend en evenmin op de visserij met een vissersvaartuig waarmee de spieringvisserij, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling technische maatregelen 2000, wordt uitgeoefend.
2. In afwijking van het eerste lid is het toegestaan staande netten aan boord te hebben in het zeegebied en de kustwateren, bedoeld in artikel 1, onderdelen c en d, van de Uitvoeringsregeling visserij.
3. Een scheepswerf is, indien die daartoe melding doet aan de minister, vrijgesteld van het in het eerste lid gestelde verbod, voor zover het betreft de uitoefening van de visserij door een vaartuig:
a. dat in aanbouw is op die scheepswerf en nog niet is afgeleverd en niet is geregistreerd overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 en
b. waarmee in het kader van een proefvaart de visserij wordt uitgeoefend om de werking van bij dat vaartuig behorende trawlnetten, Deense zegennetten of soortgelijke netten alsmede staande netten te beproeven.
4. Het is verboden één of meer boomkorren aan boord te hebben van een vissersvaartuig waarmee ingevolge deze regeling geen tong of schol in het vangstgebied mag worden opgevist, aan boord gehouden dan wel aangeland.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op de visserij met een vissersvaartuig waarvoor een vergunning voor de garnalenvisserij als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserijis verleend en evenmin op de visserij met een vissersvaartuig waarmee de spieringvisserij, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling technische maatregelen 2000, wordt uitgeoefend.