BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 9
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Het is uitsluitend toegestaan haring die is gevangen in de ICES-deelgebieden III, IV en VIId, aan boord te houden of aan te voeren, indien de vangsten voldoen aan artikel 2, van verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie (Pb EG L 191), en zijn gevangen overeenkomstig de artikelen 5en 6 van de Regeling technische maatregelen 2000.
2. De vangst van:
a. heek wordt slechts dan aan boord gehouden of aangevoerd als de hoeveelheid heek aan boord niet meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord;
b. schelvis wordt slechts dan aan boord gehouden of aangevoerd als de hoeveelheid schelvis aan boord niet meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord.
3. Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis aan te landen.
2. De vangst van:
a. heek wordt slechts dan aan boord gehouden of aangevoerd als de hoeveelheid heek aan boord niet meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord;
b. schelvis wordt slechts dan aan boord gehouden of aangevoerd als de hoeveelheid schelvis aan boord niet meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord.
3. Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis aan te landen.