BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 20
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Indien de ondernemer het voor het kalenderjaar geldende contingent van een vissoort overschrijdt, wordt het voor het jaar volgend op het kalenderjaar geldende contingent van die vissoort overeenkomstig gekort.
2. Indien de hoeveelheid van een vissoort waarmee het voor het kalenderjaar geldende contingent van die vissoort wordt overschreden, groter is dan de omvang van het voor het jaar volgend op het kalenderjaar geldende contingent van die vissoort, wordt het voor de jaren na laatstbedoeld jaar geldende contingent van die vissoort overeenkomstig gekort.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de ondernemer in het kalenderjaar de som van de voor zijn vissersvaartuigen geldende contingenten overschrijdt.
4. Indien het voor het kalenderjaar gevormde groepscontingent van een vissoort wordt overschreden, wordt de hoeveelheid van de desbetreffende vissoort waarmee het groepscontingent is overschreden, op de voor het op het kalenderjaar volgende jaar geldende contingenten van die vissoort van die deelnemers in mindering gebracht die in het kalenderjaar hun individueel aandeel van die vissoort in dat groepscontingent hebben overschreden.
5. Indien de hoeveelheid van die vissoort waarmee het individueel aandeel in het groepscontingent in het kalenderjaar wordt overschreden groter is dan de omvang van het voor op het kalenderjaar volgende jaar geldende contingent van die vissoort, wordt het voor de jaren na laatstbedoeld jaar geldende contingent van die vissoort overeenkomstig gekort.
6. In afwijking van het eerste tot en met het vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van:
a. het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van artikel 11, eerste lid, geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht, of
b. het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van artikel 11, eerste lid, geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht.
2. Indien de hoeveelheid van een vissoort waarmee het voor het kalenderjaar geldende contingent van die vissoort wordt overschreden, groter is dan de omvang van het voor het jaar volgend op het kalenderjaar geldende contingent van die vissoort, wordt het voor de jaren na laatstbedoeld jaar geldende contingent van die vissoort overeenkomstig gekort.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de ondernemer in het kalenderjaar de som van de voor zijn vissersvaartuigen geldende contingenten overschrijdt.
4. Indien het voor het kalenderjaar gevormde groepscontingent van een vissoort wordt overschreden, wordt de hoeveelheid van de desbetreffende vissoort waarmee het groepscontingent is overschreden, op de voor het op het kalenderjaar volgende jaar geldende contingenten van die vissoort van die deelnemers in mindering gebracht die in het kalenderjaar hun individueel aandeel van die vissoort in dat groepscontingent hebben overschreden.
5. Indien de hoeveelheid van die vissoort waarmee het individueel aandeel in het groepscontingent in het kalenderjaar wordt overschreden groter is dan de omvang van het voor op het kalenderjaar volgende jaar geldende contingent van die vissoort, wordt het voor de jaren na laatstbedoeld jaar geldende contingent van die vissoort overeenkomstig gekort.
6. In afwijking van het eerste tot en met het vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van:
a. het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van artikel 11, eerste lid, geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht, of
b. het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van artikel 11, eerste lid, geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht.