BWBR0024539
Geldig vanaf 2022-07-11
Artikel 36
Uitvoeringsregeling visserij
1. De in de artikelen 12, 17, onderdelen b, c en d, 19, 21, 32a, eerste en tweede lid, en 32b, tweede lid, gestelde verboden, gelden niet voor degene, die is voorzien van een vergunning van de Minister.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor de visserij in het zeegebied en de kustwateren met een vistuig als genoemd in artikel 12, wordt na 31 december 2010 niet verleend voor de recreatieve visserij.
3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor het gebruik van de vistuigen, genoemd in artikel 32a, eerste lid, wordt enkel verleend indien de vangst van aal met de desbetreffende vistuigen aantoonbaar beperkt is.
2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor de visserij in het zeegebied en de kustwateren met een vistuig als genoemd in artikel 12, wordt na 31 december 2010 niet verleend voor de recreatieve visserij.
3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor het gebruik van de vistuigen, genoemd in artikel 32a, eerste lid, wordt enkel verleend indien de vangst van aal met de desbetreffende vistuigen aantoonbaar beperkt is.