BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 33
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Het is verboden met een vissersvaartuig met een lengte over alles van ten minste 10 meter de visserij uit te oefenen in de gereglementeerde geografische gebieden met gereglementeerde typen vistuig en die typen vistuig aan boord te houden.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig, indien:
a. de minister ten aanzien van het vissersvaartuig voor de beheersperiode een speciaal visdocument heeft afgegeven als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening nr. 1342/2008, ten aanzien van het desbetreffende gereglementeerde geografisch gebied en categorie vistuig, voor zover wordt gehandeld in overeenstemming met de aan dat speciaal visdocument verbonden voorschriften;
b. de voor de beheersperiode dan wel, voor zover het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, de voor het desbetreffende gedeelte van de beheersperiode toegestane visserij-inspanning per gereglementeerd geografisch gebied en vistuigcategorie, vermeld in bijlage 6, nog niet is opgebruikt;
c. het vissersvaartuig behoort tot de vlootsegmenten MFL1 of MFL2 en is geregistreerd in het visserijregister, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998; en
d. voor zover het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, het vissersvaartuig in tijdvakken van twee aaneengesloten weken telkens ten hoogste tien kalenderdagen in een gereglementeerde geografisch gebied aanwezig is.
3. De minister geeft het speciale visdocument, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, slechts af ten aanzien van een vaartuig:
a. voor een gereglementeerd gebied en een gereglementeerd vistuig, indien dat vaartuig in de kalenderjaren 2006 tot en met 2008 heeft gevist in dat gereglementeerde geografische gebied met dat gereglementeerd vistuig;
b. ten aanzien waarvan op 1 januari 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op visserij in de gereglementeerde geografische gebieden en met de gereglementeerde typen vistuigen;
c. dat dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een speciaal visdocument als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bestond op grond van het tweede en derde lid, onderdeel a of b, en de houder van dat document afstand heeft gedaan van dat recht ten gunste van de aanvrager van het speciale visdocument en het motorvermogen van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen, of
d. dat dient ter vervanging van een vissersvaartuig dat voldoet aan het bepaalde in onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
4. De minister maakt het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde hoeveelheden visserij-inspanning voor de beheersperiode of, indien het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, het desbetreffende gedeelte van de beheersperiode zijn opgebruikt.
5. De minister kan weigeren een speciaal visdocument af te geven of een speciaal visdocument intrekken indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van communautaire verplichtingen. De minister kan aan een speciaal visdocument voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.
6. De minister geeft een speciaal visdocument als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ten aanzien van de gereglementeerde vistuigen BT1 en BT2 slechts af voor een vissersvaartuig waarvoor een recht op contingenten tong en schol geldt op grond van artikel 11, tweede lid.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig, indien:
a. de minister ten aanzien van het vissersvaartuig voor de beheersperiode een speciaal visdocument heeft afgegeven als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening nr. 1342/2008, ten aanzien van het desbetreffende gereglementeerde geografisch gebied en categorie vistuig, voor zover wordt gehandeld in overeenstemming met de aan dat speciaal visdocument verbonden voorschriften;
b. de voor de beheersperiode dan wel, voor zover het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, de voor het desbetreffende gedeelte van de beheersperiode toegestane visserij-inspanning per gereglementeerd geografisch gebied en vistuigcategorie, vermeld in bijlage 6, nog niet is opgebruikt;
c. het vissersvaartuig behoort tot de vlootsegmenten MFL1 of MFL2 en is geregistreerd in het visserijregister, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998; en
d. voor zover het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, het vissersvaartuig in tijdvakken van twee aaneengesloten weken telkens ten hoogste tien kalenderdagen in een gereglementeerde geografisch gebied aanwezig is.
3. De minister geeft het speciale visdocument, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, slechts af ten aanzien van een vaartuig:
a. voor een gereglementeerd gebied en een gereglementeerd vistuig, indien dat vaartuig in de kalenderjaren 2006 tot en met 2008 heeft gevist in dat gereglementeerde geografische gebied met dat gereglementeerd vistuig;
b. ten aanzien waarvan op 1 januari 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op visserij in de gereglementeerde geografische gebieden en met de gereglementeerde typen vistuigen;
c. dat dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een speciaal visdocument als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bestond op grond van het tweede en derde lid, onderdeel a of b, en de houder van dat document afstand heeft gedaan van dat recht ten gunste van de aanvrager van het speciale visdocument en het motorvermogen van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen, of
d. dat dient ter vervanging van een vissersvaartuig dat voldoet aan het bepaalde in onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
4. De minister maakt het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde hoeveelheden visserij-inspanning voor de beheersperiode of, indien het de vistuigcategorieën TR1 en TR2 betreft, het desbetreffende gedeelte van de beheersperiode zijn opgebruikt.
5. De minister kan weigeren een speciaal visdocument af te geven of een speciaal visdocument intrekken indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van communautaire verplichtingen. De minister kan aan een speciaal visdocument voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.
6. De minister geeft een speciaal visdocument als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ten aanzien van de gereglementeerde vistuigen BT1 en BT2 slechts af voor een vissersvaartuig waarvoor een recht op contingenten tong en schol geldt op grond van artikel 11, tweede lid.