BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 19
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Het is verboden tong, onderscheidenlijk schol, uit het vangstgebied aan te landen met, of aan boord te houden van, een ander vaartuig dan waarmee op die vissoort is gevist.
2. Het is verboden met een vissersvaartuig:
a. op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het voor dat vissersvaartuig geldende contingent schol is opgevist;
b. op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het voor dat vissersvaartuig geldende contingent wijting is opgevist.
3. Het is verboden, indien voor meer dan één vissersvaartuig van één ondernemer:
a. contingenten tong en schol gelden, met één van deze vissersvaartuigen op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien de som van de voor de vissersvaartuigen van die ondernemer geldende contingenten schol is opgevist;
b. contingenten kabeljauw en wijting gelden, met één van deze vissersvaartuigen op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien de som van de voor de vissersvaartuigen van die ondernemer geldende contingenten wijting is opgevist.
4. Het is verboden met een vissersvaartuig waarvan:
a. de geldende contingenten tong en schol met andere contingenten van die vissoorten zijn samengevoegd tot een groepscontingent, op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het groepscontingent schol is opgevist;
b. de geldende contingenten kabeljauw en wijting met andere contingenten van die vissoorten zijn samengevoegd tot een groepscontingent, op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het groepscontingent wijting is opgevist.
2. Het is verboden met een vissersvaartuig:
a. op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het voor dat vissersvaartuig geldende contingent schol is opgevist;
b. op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het voor dat vissersvaartuig geldende contingent wijting is opgevist.
3. Het is verboden, indien voor meer dan één vissersvaartuig van één ondernemer:
a. contingenten tong en schol gelden, met één van deze vissersvaartuigen op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien de som van de voor de vissersvaartuigen van die ondernemer geldende contingenten schol is opgevist;
b. contingenten kabeljauw en wijting gelden, met één van deze vissersvaartuigen op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien de som van de voor de vissersvaartuigen van die ondernemer geldende contingenten wijting is opgevist.
4. Het is verboden met een vissersvaartuig waarvan:
a. de geldende contingenten tong en schol met andere contingenten van die vissoorten zijn samengevoegd tot een groepscontingent, op tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het groepscontingent schol is opgevist;
b. de geldende contingenten kabeljauw en wijting met andere contingenten van die vissoorten zijn samengevoegd tot een groepscontingent, op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het groepscontingent wijting is opgevist.