BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 3
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. De door de gezamenlijke Nederlandse vissers aangevoerde hoeveelheden vis worden in mindering gebracht op het desbetreffende quotum, respectievelijk het desbetreffende Gemeenschapsaandeel, bedoeld in bijlage 3 en 4, met uitzondering van:
a. de vangsten, waarvoor ontheffing is verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover deze het in artikel 33, zesde lid, van verordening nr. 1224/2009 genoemde percentage van de hoeveelheid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, niet te boven gaan, of
b. dat deel van de vangsten, waarvoor ontheffing is verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening inzake vangstmogelijkheden, voor zover wordt voldaan aan het tweede lid van dat artikel.
2. Indien een Nederlandse visser op één dag meerdere malen een hoeveelheid van 50 kg of minder van dezelfde vissoort aanvoert, wordt de totale hoeveelheid die de visser op die dag van die vissoort aanvoert in mindering gebracht op:
a. het quotum voor de desbetreffende vissoort, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, en in voorkomend geval op zijn contingent, of
b. het desbetreffende Gemeenschapsaandeel, bedoeld artikel 2, tweede lid, onderdeel b;
tenzij die totale hoeveelheid 50 kg of minder bedraagt.
a. de vangsten, waarvoor ontheffing is verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover deze het in artikel 33, zesde lid, van verordening nr. 1224/2009 genoemde percentage van de hoeveelheid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, niet te boven gaan, of
b. dat deel van de vangsten, waarvoor ontheffing is verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in verband met het uitoefenen van de visserij ten behoeve van een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening inzake vangstmogelijkheden, voor zover wordt voldaan aan het tweede lid van dat artikel.
2. Indien een Nederlandse visser op één dag meerdere malen een hoeveelheid van 50 kg of minder van dezelfde vissoort aanvoert, wordt de totale hoeveelheid die de visser op die dag van die vissoort aanvoert in mindering gebracht op:
a. het quotum voor de desbetreffende vissoort, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, en in voorkomend geval op zijn contingent, of
b. het desbetreffende Gemeenschapsaandeel, bedoeld artikel 2, tweede lid, onderdeel b;
tenzij die totale hoeveelheid 50 kg of minder bedraagt.