BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 13
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. De minister kent een nieuw groepscontingent van een vissoort toe gelijk aan de som van de gezamenlijke ingebrachte contingenten van die vissoort voor zover deze niet reeds zijn opgevist en aangeland en verminderd met de hoeveelheden, bedoeld in artikel 20, en met inachtneming van deze paragraaf, indien:
a. de ondernemers de voor hun vissersvaartuigen toegekende contingenten van een vissoort voor het kalenderjaar ten behoeve van de vorming van een nieuw groepscontingent van die vissoort samenvoegen en
b. de minister vóór 1 februari van het kalenderjaar het daartoe strekkende verzoek heeft ontvangen.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts voor een groep:
a. die bestaat uit ten minste 15 ondernemers die lid zijn van één dezelfde producentenorganisatie;
b. die rechtspersoonlijkheid bezit, en
c. die onder leiding staat van een voorzitter wiens benoeming door het Productschap Vis moet zijn goedgekeurd,
dan wel voor een producentenorganisatie.
3. Een ondernemer kan slechts deelnemen aan een groepscontingent indien:
a. hij alle geldende, en gedurende het kalenderjaar eventueel te verwerven, contingenten van de desbetreffende vissoort in de groep dan wel producentenorganisatie inbrengt;
b. – voorzover het een aanverwante vissoort betreft – hij alle voor hem geldende, en gedurende het kalenderjaar eventueel nog te verwerven contingenten van de in artikel 11, tweede lid, bij die aanverwante vissoort genoemde vissoort in de groep dan wel producentenorganisatie inbrengt, en
c. de voor het kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen geldende contingenten van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort als gevolg van de korting overeenkomstig artikel 20 niet zijn vastgesteld op nul.
4. De ondernemer die in het kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen recht heeft op contingenten van verschillende vissoorten, kan slechts met zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen aan één van de groepscontingenten deelnemen.
5. Indien een ondernemer die deelneemt aan een groepscontingent, gedurende het kalenderjaar een contingent van de vissoort waarvan contingenten zijn ingebracht in dat groepscontingent, verwerft, wordt dat contingent toegevoegd aan dat groepscontingent, tenzij dat groepscontingent of – in voorkomend geval – het groepscontingent van de desbetreffende aanverwante vissoort volledig is opgevist.
6. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt door de groep dan wel producentenorganisatie ingediend waarbij de volgende bescheiden worden overgelegd:
a. een visplan;
b. de statuten van de groep dan wel producentenorganisatie waarin in ieder geval is bepaald dat de leden van de groep dan wel producentenorganisatie alle aan te voeren vis via bemiddeling van visafslagen moeten verhandelen en dat bij niet-naleving van de door de groep dan wel producentenorganisatie opgestelde bepalingen een sanctiesysteem zal worden toegepast en op welke wijze de geïnde boetes door de groep dan wel producentenorganisatie zullen worden besteed;
c. het huishoudelijk reglement van de groep dan wel producentenorganisatie, en
d. een ondertekende verklaring van alle leden van de groep dan wel producentenorganisatie waaruit blijkt dat zij de voor het kalenderjaar toegekende contingenten aan de groep dan wel producentenorganisatie in beheer hebben gegeven.
7. In het visplan, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, moet ten minste worden aangegeven:
a. de spreiding van de aanvoer van het beschikbare groepscontingent;
b. welke maatregelen genomen zijn of zullen worden genomen om de visserij-inspanning van de deelnemers aan het groepscontingent af te stemmen op de desbetreffende groepscontingenten.
8. Een groepscontingent als bedoeld in het eerste lid staat op naam van de groep dan wel producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen waarvan de contingenten aan de groep dan wel producentenorganisatie in beheer zijn gegeven.
9. De minister willigt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, niet in indien:
a. de bescheiden, bedoeld in het zesde lid, niet zijn overgelegd, of
b. naar zijn oordeel de naleving van deze regeling en van de afspraken die binnen de groep dan wel producentenorganisatie zijn gemaakt, onvoldoende is verzekerd.
a. de ondernemers de voor hun vissersvaartuigen toegekende contingenten van een vissoort voor het kalenderjaar ten behoeve van de vorming van een nieuw groepscontingent van die vissoort samenvoegen en
b. de minister vóór 1 februari van het kalenderjaar het daartoe strekkende verzoek heeft ontvangen.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts voor een groep:
a. die bestaat uit ten minste 15 ondernemers die lid zijn van één dezelfde producentenorganisatie;
b. die rechtspersoonlijkheid bezit, en
c. die onder leiding staat van een voorzitter wiens benoeming door het Productschap Vis moet zijn goedgekeurd,
dan wel voor een producentenorganisatie.
3. Een ondernemer kan slechts deelnemen aan een groepscontingent indien:
a. hij alle geldende, en gedurende het kalenderjaar eventueel te verwerven, contingenten van de desbetreffende vissoort in de groep dan wel producentenorganisatie inbrengt;
b. – voorzover het een aanverwante vissoort betreft – hij alle voor hem geldende, en gedurende het kalenderjaar eventueel nog te verwerven contingenten van de in artikel 11, tweede lid, bij die aanverwante vissoort genoemde vissoort in de groep dan wel producentenorganisatie inbrengt, en
c. de voor het kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen geldende contingenten van de desbetreffende vissoort of – in voorkomend geval – van de desbetreffende aanverwante vissoort als gevolg van de korting overeenkomstig artikel 20 niet zijn vastgesteld op nul.
4. De ondernemer die in het kalenderjaar voor zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen recht heeft op contingenten van verschillende vissoorten, kan slechts met zijn vissersvaartuig of vissersvaartuigen aan één van de groepscontingenten deelnemen.
5. Indien een ondernemer die deelneemt aan een groepscontingent, gedurende het kalenderjaar een contingent van de vissoort waarvan contingenten zijn ingebracht in dat groepscontingent, verwerft, wordt dat contingent toegevoegd aan dat groepscontingent, tenzij dat groepscontingent of – in voorkomend geval – het groepscontingent van de desbetreffende aanverwante vissoort volledig is opgevist.
6. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt door de groep dan wel producentenorganisatie ingediend waarbij de volgende bescheiden worden overgelegd:
a. een visplan;
b. de statuten van de groep dan wel producentenorganisatie waarin in ieder geval is bepaald dat de leden van de groep dan wel producentenorganisatie alle aan te voeren vis via bemiddeling van visafslagen moeten verhandelen en dat bij niet-naleving van de door de groep dan wel producentenorganisatie opgestelde bepalingen een sanctiesysteem zal worden toegepast en op welke wijze de geïnde boetes door de groep dan wel producentenorganisatie zullen worden besteed;
c. het huishoudelijk reglement van de groep dan wel producentenorganisatie, en
d. een ondertekende verklaring van alle leden van de groep dan wel producentenorganisatie waaruit blijkt dat zij de voor het kalenderjaar toegekende contingenten aan de groep dan wel producentenorganisatie in beheer hebben gegeven.
7. In het visplan, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, moet ten minste worden aangegeven:
a. de spreiding van de aanvoer van het beschikbare groepscontingent;
b. welke maatregelen genomen zijn of zullen worden genomen om de visserij-inspanning van de deelnemers aan het groepscontingent af te stemmen op de desbetreffende groepscontingenten.
8. Een groepscontingent als bedoeld in het eerste lid staat op naam van de groep dan wel producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen waarvan de contingenten aan de groep dan wel producentenorganisatie in beheer zijn gegeven.
9. De minister willigt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, niet in indien:
a. de bescheiden, bedoeld in het zesde lid, niet zijn overgelegd, of
b. naar zijn oordeel de naleving van deze regeling en van de afspraken die binnen de groep dan wel producentenorganisatie zijn gemaakt, onvoldoende is verzekerd.