BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 35
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Het verbod, bedoeld in artikel 33, eerste lid, is tijdens de beheersperiode na de bekendmaking, bedoeld in artikel 33, vierde lid, niet van toepassing op een vissersvaartuig indien de minister ten behoeve van dat vaartuig een aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning heeft toegekend en de aan dat vaartuig toegekende hoeveelheid visserij-inspanning nog niet is opgebruikt.
2. De minister kent de aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, slechts toe ten aanzien van een vissersvaartuig, indien:
a. ten behoeve van dat vaartuig reeds voor die beheersperiode een speciaal visdocument als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, is verleend;
b. met dat vissersvaartuig gedurende de gehele beheersperiode de visserij wordt uitgeoefend overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, b of c, van verordening nr. 1342/2008;
c. de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger daartoe voor 15 maart een verzoek op een daartoe bestemd formulier heeft ingediend bij de minister en
d. het vissersvaartuig behoort tot een inspanningsgroep als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van verordening nr. 1342/2008.
3. De minister kan bij de toekenning van de visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, aanvullende eisen stellen, waaronder medewerking aan frequentere controles in de zin van artikel 13, derde lid, van verordening nr. 1342/2008.
4. De minister kent de aanvullende hoeveelheden visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, toe ten aanzien van de het gereglementeerde gebied en de gereglementeerde categorie vistuig waarvoor het speciale visdocument was toegekend voor die beheersperiode en houdt bij de vaststelling van de hoeveelheden visserij-inspanning rekening met het bepaalde in artikel 13, vierde lid, van verordening 1342/2008.
5. De minister reikt bij de toekenning van een aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning voor de beheersperiode aan de ondernemer een document voor de desbetreffende visserij-inspanning uit.
6. De aan een vissersvaartuig toegekende aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning is niet overdraagbaar.
7. De minister kan de toekenning, bedoeld in het eerste lid, weigeren of intrekken indien:
a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden van het tweede lid, onderdeel b, en derde lid of
b. hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van communautaire verplichtingen.
2. De minister kent de aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, slechts toe ten aanzien van een vissersvaartuig, indien:
a. ten behoeve van dat vaartuig reeds voor die beheersperiode een speciaal visdocument als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, is verleend;
b. met dat vissersvaartuig gedurende de gehele beheersperiode de visserij wordt uitgeoefend overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, b of c, van verordening nr. 1342/2008;
c. de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger daartoe voor 15 maart een verzoek op een daartoe bestemd formulier heeft ingediend bij de minister en
d. het vissersvaartuig behoort tot een inspanningsgroep als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van verordening nr. 1342/2008.
3. De minister kan bij de toekenning van de visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, aanvullende eisen stellen, waaronder medewerking aan frequentere controles in de zin van artikel 13, derde lid, van verordening nr. 1342/2008.
4. De minister kent de aanvullende hoeveelheden visserij-inspanning, bedoeld in het eerste lid, toe ten aanzien van de het gereglementeerde gebied en de gereglementeerde categorie vistuig waarvoor het speciale visdocument was toegekend voor die beheersperiode en houdt bij de vaststelling van de hoeveelheden visserij-inspanning rekening met het bepaalde in artikel 13, vierde lid, van verordening 1342/2008.
5. De minister reikt bij de toekenning van een aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning voor de beheersperiode aan de ondernemer een document voor de desbetreffende visserij-inspanning uit.
6. De aan een vissersvaartuig toegekende aanvullende hoeveelheid visserij-inspanning is niet overdraagbaar.
7. De minister kan de toekenning, bedoeld in het eerste lid, weigeren of intrekken indien:
a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden van het tweede lid, onderdeel b, en derde lid of
b. hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van communautaire verplichtingen.