BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 27
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Het is verboden:
a. per kalendermaand meer dan de in bijlage 5 genoemde hoeveelheid makreel uit sector IIa en deelgebied IV aan boord te hebben of aan te landen met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel, doch wel enig ander contingent geldt, of waaraan een vergunning is verleend voor het vangen van garnalen overeenkomstig artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij;
b. makreel uit de sector of het deelgebied, als bedoeld in onderdeel a, aan boord te hebben van of aan te landen met een vissersvaartuig, behorende tot de groep vissersvaartuigen waarvoor geen contingent geldt en waarvoor geen vergunning is verleend voor het vangen van garnalen ingevolge artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij, indien die vissersvaartuigen in een kalenderjaar reeds gezamenlijk de in bijlage 5 genoemde hoeveelheid makreel hebben opgevist.
2. De ondernemer die met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel geldt, deelneemt aan een groepscontingent, wordt geacht de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden makreel in de groep dan wel producentenorganisatie te hebben ingebracht.
3. Het is verboden met vissersvaartuigen die aan een groepscontingent deelnemen en waarvoor geen contingent makreel geldt, een grotere hoeveelheid makreel uit sector IIa en deelgebied IV aan boord te houden of aan te landen dan de som van de op grond van het tweede lid in een groep dan wel producentenorganisatie ingebrachte hoeveelheid makreel.
a. per kalendermaand meer dan de in bijlage 5 genoemde hoeveelheid makreel uit sector IIa en deelgebied IV aan boord te hebben of aan te landen met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel, doch wel enig ander contingent geldt, of waaraan een vergunning is verleend voor het vangen van garnalen overeenkomstig artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij;
b. makreel uit de sector of het deelgebied, als bedoeld in onderdeel a, aan boord te hebben van of aan te landen met een vissersvaartuig, behorende tot de groep vissersvaartuigen waarvoor geen contingent geldt en waarvoor geen vergunning is verleend voor het vangen van garnalen ingevolge artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij, indien die vissersvaartuigen in een kalenderjaar reeds gezamenlijk de in bijlage 5 genoemde hoeveelheid makreel hebben opgevist.
2. De ondernemer die met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel geldt, deelneemt aan een groepscontingent, wordt geacht de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden makreel in de groep dan wel producentenorganisatie te hebben ingebracht.
3. Het is verboden met vissersvaartuigen die aan een groepscontingent deelnemen en waarvoor geen contingent makreel geldt, een grotere hoeveelheid makreel uit sector IIa en deelgebied IV aan boord te houden of aan te landen dan de som van de op grond van het tweede lid in een groep dan wel producentenorganisatie ingebrachte hoeveelheid makreel.