BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 37a
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Het is verboden om in de visserijzone met een Nederlands vissersvaartuig met een lengte van over alles van minder dan 10 meter de visserij uit te oefenen met een vistuig van het type staandwant.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig indien:
a. in de visvergunning, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling visvergunning vermeld is dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen met een vistuig van het type staandwant; en
b. de totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant voor vissersvaartuigen met een lengte van over alles van minder dan 10 meter voor het betreffende kalenderjaar nog niet is opgebruikt.
3. De totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt 188.159 kW dagen per kalenderjaar.
4. Een vermelding van een vistuig van het type staandwant op een visvergunning als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geschiedt slechts ten aanzien van een vaartuig:
a. waarmee tussen 1 januari 2006 en 24 augustus 2009 blijkens de logboekgegevens gevist is met een vistuig van het type staandwant;
b. waarvoor op 24 augustus 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de visserij met een vistuig van het type staandwant; of
c. indien: i. het vaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een vermelding van een vistuig van het type staandwant op de visvergunning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, al bestond op grond van onderdeel a of b van dit lid;
ii. de houder van de vergunning met de vermelding van een vistuig van het type staandwant afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding ten gunste van de aanvrager; en
iii. het motorvermogen van het vissersvaartuig waarvoor de vermelding wordt gevraagd niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
i. het vaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een vermelding van een vistuig van het type staandwant op de visvergunning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, al bestond op grond van onderdeel a of b van dit lid;
ii. de houder van de vergunning met de vermelding van een vistuig van het type staandwant afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding ten gunste van de aanvrager; en
iii. het motorvermogen van het vissersvaartuig waarvoor de vermelding wordt gevraagd niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
5. De kapitein of diens vertegenwoordiger meldt voordat het vaartuig de haven verlaat aan de Directeur Agroketens en Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wanneer een vissersvaartuig als bedoeld in het tweede lid, buitengaats gaat:
a. zonder gebruik te maken van een vistuig van het type staandwant; of
b. als gedurende de visreis naast een vistuig van het type staandwant ook een ander vistuig zal worden gebruikt.
6. Wanneer een melding als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, niet is gedaan voor het vaartuig buitengaats gaat, wordt de volledige door dat vissersvaartuig gedurende de visreis verrichte inspanning in mindering gebracht op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant.
7. Indien een vissersvaartuig als bedoeld in het tweede lid, geen melding als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, heeft gedaan, maar niet kon vissen met vistuig van het type staandwant omdat het noodhulp bood aan een ander vaartuig of een gewonde persoon voor spoedeisende medische zorg vervoerde, wordt de door dat vissersvaartuig verrichte inspanning niet op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant in mindering gebracht.
8. De Minister maakt in de Staatscourant het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het derde lid bedoelde visserij-inspanning voor een kalenderjaar is opgebruikt.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op een vissersvaartuig indien:
a. in de visvergunning, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling visvergunning vermeld is dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen met een vistuig van het type staandwant; en
b. de totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant voor vissersvaartuigen met een lengte van over alles van minder dan 10 meter voor het betreffende kalenderjaar nog niet is opgebruikt.
3. De totale toegestane visserij-inspanning voor de visserij met een vistuig van het type staandwant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt 188.159 kW dagen per kalenderjaar.
4. Een vermelding van een vistuig van het type staandwant op een visvergunning als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geschiedt slechts ten aanzien van een vaartuig:
a. waarmee tussen 1 januari 2006 en 24 augustus 2009 blijkens de logboekgegevens gevist is met een vistuig van het type staandwant;
b. waarvoor op 24 augustus 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de visserij met een vistuig van het type staandwant; of
c. indien: i. het vaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een vermelding van een vistuig van het type staandwant op de visvergunning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, al bestond op grond van onderdeel a of b van dit lid;
ii. de houder van de vergunning met de vermelding van een vistuig van het type staandwant afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding ten gunste van de aanvrager; en
iii. het motorvermogen van het vissersvaartuig waarvoor de vermelding wordt gevraagd niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
i. het vaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan het recht op een vermelding van een vistuig van het type staandwant op de visvergunning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, al bestond op grond van onderdeel a of b van dit lid;
ii. de houder van de vergunning met de vermelding van een vistuig van het type staandwant afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding ten gunste van de aanvrager; en
iii. het motorvermogen van het vissersvaartuig waarvoor de vermelding wordt gevraagd niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
5. De kapitein of diens vertegenwoordiger meldt voordat het vaartuig de haven verlaat aan de Directeur Agroketens en Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wanneer een vissersvaartuig als bedoeld in het tweede lid, buitengaats gaat:
a. zonder gebruik te maken van een vistuig van het type staandwant; of
b. als gedurende de visreis naast een vistuig van het type staandwant ook een ander vistuig zal worden gebruikt.
6. Wanneer een melding als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, niet is gedaan voor het vaartuig buitengaats gaat, wordt de volledige door dat vissersvaartuig gedurende de visreis verrichte inspanning in mindering gebracht op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant.
7. Indien een vissersvaartuig als bedoeld in het tweede lid, geen melding als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, heeft gedaan, maar niet kon vissen met vistuig van het type staandwant omdat het noodhulp bood aan een ander vaartuig of een gewonde persoon voor spoedeisende medische zorg vervoerde, wordt de door dat vissersvaartuig verrichte inspanning niet op de totale toegestane visserij-inspanning voor visserij met een vistuig van het type staandwant in mindering gebracht.
8. De Minister maakt in de Staatscourant het tijdstip bekend waarop naar zijn oordeel de in het derde lid bedoelde visserij-inspanning voor een kalenderjaar is opgebruikt.