BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 45
Douaneregeling
1. Vergunning met toepassing van artikel 260 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek voor het indienen van een onvolledige aangifte gesteld op een formulier Enig document, wordt slechts verleend indien het gegeven dat niet bekend is bepalend is voor de indeling in het gebruikstarief en dit redelijkerwijze nog niet bekend kan zijn. In de vergunning wordt vermeld voor welke goederen de vergunning geldt.
2. Voor goederen waarvoor ingevolge andere wettelijke voorschriften dan de wettelijke bepalingen het in het vrije verkeer brengen is beperkt of aan regels is gebonden, wordt de vergunning slechts éénmalig verleend.
Bovendien dient aan hetgeen dat ingevolge deze wettelijke voorschriften is vereist, te worden voldaan voordat de goederen worden weggevoerd. Indien naar het oordeel van de inspecteur zonder bezwaar kan worden voldaan aan de wettelijke voorschriften bij indiening van de aanvullende aangifte kunnen de goederen worden weggevoerd zonder dat ten tijde van de wegvoering daaraan is voldaan.
3. In de vergunning kan voor het doen van de aanvullende aangifte een termijn worden bepaald die afwijkt van de termijn die is bepaald in artikel 22, vierde lid, van het Douanebesluit.
4. De aanvraag tot het verlenen van een eenmalige vergunning wordt gesteld op de vereenvoudigde aangifte.
2. Voor goederen waarvoor ingevolge andere wettelijke voorschriften dan de wettelijke bepalingen het in het vrije verkeer brengen is beperkt of aan regels is gebonden, wordt de vergunning slechts éénmalig verleend.
Bovendien dient aan hetgeen dat ingevolge deze wettelijke voorschriften is vereist, te worden voldaan voordat de goederen worden weggevoerd. Indien naar het oordeel van de inspecteur zonder bezwaar kan worden voldaan aan de wettelijke voorschriften bij indiening van de aanvullende aangifte kunnen de goederen worden weggevoerd zonder dat ten tijde van de wegvoering daaraan is voldaan.
3. In de vergunning kan voor het doen van de aanvullende aangifte een termijn worden bepaald die afwijkt van de termijn die is bepaald in artikel 22, vierde lid, van het Douanebesluit.
4. De aanvraag tot het verlenen van een eenmalige vergunning wordt gesteld op de vereenvoudigde aangifte.