BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 135
Douaneregeling
1. Voor de toepassing van onderverdeling 0102 1010, 0102 1030 en 0102 1090 is op de rechten bij invoer, de verordening 2342/92van overeenkomstige toepassing.
2. Bij het in het vrije verkeer brengen van een fokrund van zuiver ras van herkomst en oorsprong uit IJsland, Noorwegen of Zwitserland dient belanghebbende aan de inspecteur een volledig ingevulde, door de inspecteur van het voor de desbetreffende diersoort bestaande Nederlandse stamboek gedagtekende en ondertekende verklaring volgens het in bijlage XXXI opgenomen model over te leggen.
3. Bij het in het vrije verkeer brengen van een fokrund van zuiver ras van herkomst of oorsprong uit andere derde landen dan die bedoeld in het tweede lid is een vergunning vereist. Het schriftelijke verzoek tot verkrijging van de vergunning wordt gedaan door overlegging van een extra exemplaar van de aangifte voor het vrije verkeer bij de inspecteur.
4. Bij het in het vrije verkeer brengen van fokrunderen van herkomst of oorsprong uit andere derde landen dan bedoeld in het tweede lid dient het bewijs als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, van verordening 2342/92te worden geleverd door overlegging van een volledig ingevulde, door de inspecteur van het voor de desbetreffende diersoort bestaande Nederlandse stamboek gedagtekende en ondertekende verklaring volgens het in bijlage XXXII opgenomen model.
5. Overdracht van de in het derde lid genoemde runderen, binnen de termijn van 24 maanden waarin deze niet mogen worden geslacht, doet niet af aan de verplichtingen die rusten op de vergunninghouder.
2. Bij het in het vrije verkeer brengen van een fokrund van zuiver ras van herkomst en oorsprong uit IJsland, Noorwegen of Zwitserland dient belanghebbende aan de inspecteur een volledig ingevulde, door de inspecteur van het voor de desbetreffende diersoort bestaande Nederlandse stamboek gedagtekende en ondertekende verklaring volgens het in bijlage XXXI opgenomen model over te leggen.
3. Bij het in het vrije verkeer brengen van een fokrund van zuiver ras van herkomst of oorsprong uit andere derde landen dan die bedoeld in het tweede lid is een vergunning vereist. Het schriftelijke verzoek tot verkrijging van de vergunning wordt gedaan door overlegging van een extra exemplaar van de aangifte voor het vrije verkeer bij de inspecteur.
4. Bij het in het vrije verkeer brengen van fokrunderen van herkomst of oorsprong uit andere derde landen dan bedoeld in het tweede lid dient het bewijs als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a, van verordening 2342/92te worden geleverd door overlegging van een volledig ingevulde, door de inspecteur van het voor de desbetreffende diersoort bestaande Nederlandse stamboek gedagtekende en ondertekende verklaring volgens het in bijlage XXXII opgenomen model.
5. Overdracht van de in het derde lid genoemde runderen, binnen de termijn van 24 maanden waarin deze niet mogen worden geslacht, doet niet af aan de verplichtingen die rusten op de vergunninghouder.