BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 129
Douaneregeling
1. In een bergplaats van de Post kan een postzending waarvoor bij het in het vrije verkeer brengen geen rechten bij invoer verschuldigd zijn, door de Post worden aangegeven bij de inspecteur:
a. indien die postzending vergezeld is van een daarbij behorende douaneverklaring als bedoeld in het Algemeen Postverdrag, door overlegging van die douaneverklaring;
b. indien de Post wegens het ontbreken van een douaneverklaring een nooddouaneverklaring heeft opgemaakt, door overlegging van die nooddouaneverklaring;
c. indien de Post geen douaneverklaring heeft ontvangen en geen nooddouaneverklaring heeft opgemaakt, door verwijzing naar een op de postzending door de afzender geplaatste aantekening omtrent de inhoud van de zending;
d. indien het een postzending is die op grond van artikel 47, tweede lid, van het Douanebesluit reeds vanaf de sorteerplaats zijn bestemming had kunnen volgen, door een door de Post geplaatste aantekening ’vrij’.
2. Uitslag van de in het eerste lid bedoelde postzendingen uit de bergplaats geschiedt nadat de inspecteur daartoe toestemming heeft gegeven.
a. indien die postzending vergezeld is van een daarbij behorende douaneverklaring als bedoeld in het Algemeen Postverdrag, door overlegging van die douaneverklaring;
b. indien de Post wegens het ontbreken van een douaneverklaring een nooddouaneverklaring heeft opgemaakt, door overlegging van die nooddouaneverklaring;
c. indien de Post geen douaneverklaring heeft ontvangen en geen nooddouaneverklaring heeft opgemaakt, door verwijzing naar een op de postzending door de afzender geplaatste aantekening omtrent de inhoud van de zending;
d. indien het een postzending is die op grond van artikel 47, tweede lid, van het Douanebesluit reeds vanaf de sorteerplaats zijn bestemming had kunnen volgen, door een door de Post geplaatste aantekening ’vrij’.
2. Uitslag van de in het eerste lid bedoelde postzendingen uit de bergplaats geschiedt nadat de inspecteur daartoe toestemming heeft gegeven.