BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 39
Douaneregeling
1. Bij het doen van aangifte ten uitvoer voor de goederen bedoeld in bijlage VII, kolom 4, wordt een origineel ondertekend, volledig en naar waarheid ingevuld en goed leesbaar formulier L in enkelvoud, overgelegd. Het gestelde bij of krachtens artikel 17 van het Douanebesluitis van overeenkomstige toepassing.
2. Als een aangifte ten uitvoer elektronisch geschiedt en daartoe toestemming is verleend, wordt het formulier L geacht in overeenstemming met het eerste lid te zijn overgelegd, mits de volgens het formulier L vereiste gegevens worden vermeld in de aangifte ten uitvoer.
3. Ten aanzien van goederen die vallen onder de in bijlage VII, onder kolom 4, genoemde posten van de gecombineerde nomenclatuur, onderdelen van posten of ex-posten, en aangeduid zijn met het teken **), gelden de verplichtingen, gesteld in het vorige leden niet, indien op de dag van de aanvaarding van de aangifte, voor geen enkele bestemming een bedrag aan restitutie is vastgesteld, tenzij het betreft wederuitvoer van goederen waarvoor een ontheffing van de ter zake van de invoer van deze goederen opgelegde heffing is verzocht.
4. De inspecteur zendt het formulier L, bedoeld in het eerste lid terstond nadat de goederen zijn vrijgegeven toe aan het bevoegd productschap.
5. Uit formulier L, bedoeld in het eerste lid, dan wel uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt:
van de bevindingen van de inspecteur bij verificatie van de aangifte ten uitvoer ten aanzien van alle feiten of omstandigheden die van belang zijn voor de toepassing van het heffingen- en in voorkomend geval het restitutieregime, alsmede het vergunningen- en certificatenstelsel bij uitvoer;
in voorkomend geval, dat de ontvanger zich heeft belast met de inning van de heffing, in welk geval tevens het bedrag van de opgelegde heffing wordt vermeld, dan wel dat geen heffing is opgelegd;
in voorkomend geval van de plaatsing onder de regeling van het communautair douanevervoer of onder de regeling voor communautair douanevervoer voor per spoor vervoerde goederen als bedoeld in de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
ingeval bij de aangifte ten uitvoer een uitvoer- of voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat niet hier te lande is afgegeven: de instantie die het certificaat heeft afgegeven alsmede het nummer van het betrokken certificaat, terwijl bovendien een fotokopie daarvan moet worden meegezonden.
6. Voorts zendt de inspecteur het controle-exemplaar T5 in voorkomende gevallen toe, terstond na terugontvangst en na onderzoek, aan het productschap.
2. Als een aangifte ten uitvoer elektronisch geschiedt en daartoe toestemming is verleend, wordt het formulier L geacht in overeenstemming met het eerste lid te zijn overgelegd, mits de volgens het formulier L vereiste gegevens worden vermeld in de aangifte ten uitvoer.
3. Ten aanzien van goederen die vallen onder de in bijlage VII, onder kolom 4, genoemde posten van de gecombineerde nomenclatuur, onderdelen van posten of ex-posten, en aangeduid zijn met het teken **), gelden de verplichtingen, gesteld in het vorige leden niet, indien op de dag van de aanvaarding van de aangifte, voor geen enkele bestemming een bedrag aan restitutie is vastgesteld, tenzij het betreft wederuitvoer van goederen waarvoor een ontheffing van de ter zake van de invoer van deze goederen opgelegde heffing is verzocht.
4. De inspecteur zendt het formulier L, bedoeld in het eerste lid terstond nadat de goederen zijn vrijgegeven toe aan het bevoegd productschap.
5. Uit formulier L, bedoeld in het eerste lid, dan wel uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt:
van de bevindingen van de inspecteur bij verificatie van de aangifte ten uitvoer ten aanzien van alle feiten of omstandigheden die van belang zijn voor de toepassing van het heffingen- en in voorkomend geval het restitutieregime, alsmede het vergunningen- en certificatenstelsel bij uitvoer;
in voorkomend geval, dat de ontvanger zich heeft belast met de inning van de heffing, in welk geval tevens het bedrag van de opgelegde heffing wordt vermeld, dan wel dat geen heffing is opgelegd;
in voorkomend geval van de plaatsing onder de regeling van het communautair douanevervoer of onder de regeling voor communautair douanevervoer voor per spoor vervoerde goederen als bedoeld in de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
ingeval bij de aangifte ten uitvoer een uitvoer- of voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat niet hier te lande is afgegeven: de instantie die het certificaat heeft afgegeven alsmede het nummer van het betrokken certificaat, terwijl bovendien een fotokopie daarvan moet worden meegezonden.
6. Voorts zendt de inspecteur het controle-exemplaar T5 in voorkomende gevallen toe, terstond na terugontvangst en na onderzoek, aan het productschap.