BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 38
Douaneregeling
1. De inspecteur kan bij vergunning toestaan dat voor een partij goederen die bestaat uit twee of meer goederensoorten waarbij van elke goederensoort de waarde niet meer is dan € 1000 en het nettogewicht niet meer dan 1.000 kg, een aangifte ten uitvoer wordt gedaan alsof de gehele partij uitsluitend bestaat uit die van de partij deel uitmakende goederensoort die de hoogste waarde heeft. In de aangifte wordt aan de eigen benaming van de vorenbedoelde goederensoort toegevoegd de vermelding ’en andere goederen’ en worden de vermeldingen opgenomen die de inspecteur in de vergunning voorschrijft.
2. De in het eerste lid bedoelde vergunning kan slechts worden verleend in de gevallen waarin het uitgaan uit het douanegebied van de Gemeenschap zal plaatsvinden vanuit Nederland.
3. De in het eerste lid bedoelde wijze van aangeven is niet toegestaan:
a. indien een aangifte ten uitvoer betrekking heeft op de tijdelijke uitvoer of wederuitvoer;
b. indien onder de goederensoorten die deel uitmaken van de partij zich een goederensoort bevindt waarvan de uitvoer ingevolge andere wettelijke bepalingen dan die inzake de rechten bij invoer is verboden of beperkt of aan regelen is gebonden;
c. indien onder de goederensoorten zich goederen bevinden waarvoor terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer, omzetbelasting, accijns of verbruiksbelastingen kan worden verleend.
4. De inspecteur kan afwijkingen toestaan van het bepaalde in het tweede lid.
5. Indien de in het eerste lid bedoelde wijze van aangeven wordt toegestaan voor goederen die als scheepsprovisie of scheepsbehoeften zullen worden afgeleverd aan in het buitenland verblijvende schepen, mag als soort van de goederen worden vermeld ’scheepsprovisie’ onderscheidenlijk ’scheepsbehoeften’.
2. De in het eerste lid bedoelde vergunning kan slechts worden verleend in de gevallen waarin het uitgaan uit het douanegebied van de Gemeenschap zal plaatsvinden vanuit Nederland.
3. De in het eerste lid bedoelde wijze van aangeven is niet toegestaan:
a. indien een aangifte ten uitvoer betrekking heeft op de tijdelijke uitvoer of wederuitvoer;
b. indien onder de goederensoorten die deel uitmaken van de partij zich een goederensoort bevindt waarvan de uitvoer ingevolge andere wettelijke bepalingen dan die inzake de rechten bij invoer is verboden of beperkt of aan regelen is gebonden;
c. indien onder de goederensoorten zich goederen bevinden waarvoor terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer, omzetbelasting, accijns of verbruiksbelastingen kan worden verleend.
4. De inspecteur kan afwijkingen toestaan van het bepaalde in het tweede lid.
5. Indien de in het eerste lid bedoelde wijze van aangeven wordt toegestaan voor goederen die als scheepsprovisie of scheepsbehoeften zullen worden afgeleverd aan in het buitenland verblijvende schepen, mag als soort van de goederen worden vermeld ’scheepsprovisie’ onderscheidenlijk ’scheepsbehoeften’.