BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 23
Douaneregeling
1. Het plaatsen van goederen in een ruimte voor tijdelijke opslag, bedoeld in artikel 186 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, kan slechts geschieden nadat een zekerheid is gesteld.
2. Geen nadere aangifte, als bedoeld in artikel 186 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek is vereist indien:
alle in de ingediende summiere aangifte omschreven goederen in één ruimte voor tijdelijke opslag worden geplaatst;
de summiere aangifte is gesteld ten name van een ander dan de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag en de beheerder schriftelijk heeft verklaard dat hij van die ander de verplichting heeft overgenomen om de formaliteiten te verrichten welke nodig zijn om de goederen binnen de ingevolge artikel 49 van het Communautair douanewetboek geldende termijn een douanebestemming te geven.
3. De in het tweede lid onderdeel b bedoelde overname van de verplichting wordt in de navolgende vorm door de beheerder op de summiere aangifte gesteld: ’Ondergetekende ...... (naam) ...... verzoekt hierbij de in deze aangifte vermelde goederen in de ruimte voor tijdelijke opslag te mogen plaatsen. ...... (naam ) ......’.
4. De nadere aangifte wordt gedaan op de wijze zoals omschreven in de Toelichting Enig document, zoals opgenomen in bijlage VI.
5. De inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in de artikel 186 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek nadere aangifte elektronisch dan wel met behulp van een handels- of administratief document wordt gedaan.
2. Geen nadere aangifte, als bedoeld in artikel 186 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek is vereist indien:
alle in de ingediende summiere aangifte omschreven goederen in één ruimte voor tijdelijke opslag worden geplaatst;
de summiere aangifte is gesteld ten name van een ander dan de beheerder van de ruimte voor tijdelijke opslag en de beheerder schriftelijk heeft verklaard dat hij van die ander de verplichting heeft overgenomen om de formaliteiten te verrichten welke nodig zijn om de goederen binnen de ingevolge artikel 49 van het Communautair douanewetboek geldende termijn een douanebestemming te geven.
3. De in het tweede lid onderdeel b bedoelde overname van de verplichting wordt in de navolgende vorm door de beheerder op de summiere aangifte gesteld: ’Ondergetekende ...... (naam) ...... verzoekt hierbij de in deze aangifte vermelde goederen in de ruimte voor tijdelijke opslag te mogen plaatsen. ...... (naam ) ......’.
4. De nadere aangifte wordt gedaan op de wijze zoals omschreven in de Toelichting Enig document, zoals opgenomen in bijlage VI.
5. De inspecteur kan bij vergunning toestaan dat de in de artikel 186 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek nadere aangifte elektronisch dan wel met behulp van een handels- of administratief document wordt gedaan.