BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 37
Douaneregeling
1. Bij het doen van een aangifte voor het vrije verkeer voor de goederen bedoeld in bijlage VII, kolom 3, wordt een origineel ondertekend, volledig en naar waarheid ingevuld en goed leesbaar formulier L in tweevoud, overgelegd. Het gestelde bij of krachtens artikel 17 van het Douanebesluitis van overeenkomstige toepassing.
2. Als een aangifte voor het vrije verkeer elektronisch geschiedt en daartoe toestemming is verleend, wordt het formulier L geacht in overeenstemming met het eerste lid te zijn overgelegd, mits de volgens het formulier L vereiste gegevens worden vermeld in de aangifte voor het vrije verkeer. In de gevallen dat zekerheid is gesteld bij het productschap dient een formulier zekerheidsstelling te worden overgelegd.
3. Voor goederen, die vallen onder de bij bijlage VII, onder kolom 3, genoemde posten van de gecombineerde nomenclatuur, onderdelen van posten of ex-posten en aangeduid zijn met het teken *), gelden de verplichtingen, gesteld in dit lid, niet, indien op de dag van aanvaarding van de aangifte in voorkomend geval mede gelet op hun oorsprong en/of herkomst, volgens de regelen van de in deze bijlage genoemde verordeningen dan wel de daarop gebaseerde uitvoeringsbepalingen geen bedrag aan landbouwheffingen is vastgesteld.
4. De inspecteur zendt terstond nadat de goederen zijn vrijgegeven, het formulier L, bedoeld in het eerste lid toe aan het bevoegd productschap.
5. Uit het formulier L, bedoeld in het eerste lid, dan wel uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt:
van de bevindingen van de inspecteur bij verificatie van de aangifte voor het vrije verkeer ten aanzien van alle feiten of omstandigheden die van belang zijn voor de toepassing van het heffingen- en in voorkomend geval het subsidieregime, alsmede het vergunningen- en certificatenstelsel bij invoer;
in voorkomend geval, dat de ontvanger zich heeft belast met de inning van de heffing, in welk geval tevens het bedrag van de opgelegde heffing wordt vermeld, dan wel dat geen heffing is opgelegd;
ingeval bij de aangifte voor het vrije verkeer een voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat niet hier te lande is afgegeven: de instantie die het certificaat heeft afgegeven alsmede het nummer van het betrokken certificaat, terwijl bovendien een fotokopie daarvan moet worden meegezonden.
6. Op de aangifte voor het vrije verkeer stelt de inspecteur met inachtneming van de regels ter zake in voorkomend geval aantekening op het overgelegde certificaat.
2. Als een aangifte voor het vrije verkeer elektronisch geschiedt en daartoe toestemming is verleend, wordt het formulier L geacht in overeenstemming met het eerste lid te zijn overgelegd, mits de volgens het formulier L vereiste gegevens worden vermeld in de aangifte voor het vrije verkeer. In de gevallen dat zekerheid is gesteld bij het productschap dient een formulier zekerheidsstelling te worden overgelegd.
3. Voor goederen, die vallen onder de bij bijlage VII, onder kolom 3, genoemde posten van de gecombineerde nomenclatuur, onderdelen van posten of ex-posten en aangeduid zijn met het teken *), gelden de verplichtingen, gesteld in dit lid, niet, indien op de dag van aanvaarding van de aangifte in voorkomend geval mede gelet op hun oorsprong en/of herkomst, volgens de regelen van de in deze bijlage genoemde verordeningen dan wel de daarop gebaseerde uitvoeringsbepalingen geen bedrag aan landbouwheffingen is vastgesteld.
4. De inspecteur zendt terstond nadat de goederen zijn vrijgegeven, het formulier L, bedoeld in het eerste lid toe aan het bevoegd productschap.
5. Uit het formulier L, bedoeld in het eerste lid, dan wel uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt:
van de bevindingen van de inspecteur bij verificatie van de aangifte voor het vrije verkeer ten aanzien van alle feiten of omstandigheden die van belang zijn voor de toepassing van het heffingen- en in voorkomend geval het subsidieregime, alsmede het vergunningen- en certificatenstelsel bij invoer;
in voorkomend geval, dat de ontvanger zich heeft belast met de inning van de heffing, in welk geval tevens het bedrag van de opgelegde heffing wordt vermeld, dan wel dat geen heffing is opgelegd;
ingeval bij de aangifte voor het vrije verkeer een voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat niet hier te lande is afgegeven: de instantie die het certificaat heeft afgegeven alsmede het nummer van het betrokken certificaat, terwijl bovendien een fotokopie daarvan moet worden meegezonden.
6. Op de aangifte voor het vrije verkeer stelt de inspecteur met inachtneming van de regels ter zake in voorkomend geval aantekening op het overgelegde certificaat.