BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 31
Douaneregeling
1. Indien de aangifte met toepassing van artikel 201, tweede lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek is ingediend, worden de goederen binnen zeven dagen na indiening van die aangifte bij het douanekantoor aangebracht.
2. De plaats waar de goederen kunnen worden onderzocht dient aan het douanekantoor te worden gemeld door inlevering van een schriftelijke, gedateerde en ondertekende verklaring waarin dit gegeven is vermeld. Tevens wordt in de verklaring vermeld de aangifte-identificatie die op de ingeleverde aangifte in vak A door de aangever of door de douane is vermeld. In geval van een elektronische aangifte worden deze gegevens verstrekt in een elektronisch bericht.
2. De plaats waar de goederen kunnen worden onderzocht dient aan het douanekantoor te worden gemeld door inlevering van een schriftelijke, gedateerde en ondertekende verklaring waarin dit gegeven is vermeld. Tevens wordt in de verklaring vermeld de aangifte-identificatie die op de ingeleverde aangifte in vak A door de aangever of door de douane is vermeld. In geval van een elektronische aangifte worden deze gegevens verstrekt in een elektronisch bericht.