BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 128
Douaneregeling
1. Door de Post kunnen aangiften voor het vrije verkeer voor postzendingen, die zich bevinden in een bergplaats, bij de Post worden gedaan. Deze aangiften worden door de Post aanvaard. De aangiften worden geacht te zijn gedaan op het tijdstip waarop het daartoe strekkende formulier door een medewerker van de Post is ondertekend. Deze wijze van aangeven is niet mogelijk indien voor de desbetreffende goederen aanspraak wordt gemaakt op een gehele of een gedeeltelijke schorsing van de rechten bij invoer in het kader van een tariefcontingent of een vast bedrag met nulrecht.
2. In de in het eerste lid bedoelde aangiften dient te worden vermeld:
aangifte voor het vrije verkeer;
de soort van de goederen, omschreven onder hun eigen benaming; Voor dit gegeven kan worden verwezen naar een bijgevoegde opgave van de afzender, van de geadresseerde of van de Post;
de goederencode van het Gebruikstarief die op de betreffende goederen van toepassing is; De vermelding van de goederencode kan achterwege blijven indien er aanspraak op bestaat dat voor de in het vrije verkeer brengen geen rechten bij invoer worden geheven, mits, indien die aanspraak mede afhankelijk is van de soort van de goederen, de omschrijving van de soort van de goederen met het oog daarop voldoende gegevens bevat. In afwijking van de voorafgaande zin mag de goederencode niet achterwege blijven voor goederen genoemd onder a in de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel I;
het bedrag van de verschuldigde rechten bij invoer; De rechten bij invoer dienen te worden vermeld naar de onderscheiding die gehanteerd is op de wijze zoals voorzien in artikel 1, tweede lid van de Douanewet.
3. De in het eerste lid bedoelde aangifte wordt uiterlijk acht dagen na dagtekening van de aangifte ter verificatie aangeboden, onder overlegging van de bij aangifte vereiste bescheiden.
4. Dagelijks vermeldt de Post op een formulier van de Post waarvan de inrichting door Onze Minister is goedgekeurd, alle door de Post aanvaarde aangiften voor het vrije verkeer, met voor elke aanvaarde aangifte het totale bedrag aan rechten bij invoer alsmede een uitsplitsing van die rechten naar de onderscheiding die gehanteerd is op de wijze zoals voorzien in artikel 1, tweede lid, van de Douanewet. Per kalendermaand worden de bedragen door de Post per kolom samengesteld. Op het formulier worden door de Post vermeld de totalen per kolom vanaf het begin van de lopende maand, zoals deze waren bij de aanvang van de dag en zoals deze zijn geworden op het einde van de dag. Het ingevulde formulier met een daarbij te voegen telstrook waaruit de juistheid van de optellingen blijkt, wordt uiterlijk bij de aanvang van de eerstvolgende werkdag na de dag waarop het formulier betrekking heeft, in handen gesteld van de inspecteur.
5. De door de Post verschuldigde rechten bij invoer worden door de Onze Minister verrekend door de debitering van de met de Post te houden rekening-courant.
6. De Post bewaart de aanvaarde aangiften met de daarbij behorende bescheiden ten minste drie kalenderjaren overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EEG) 1552/89en wel zodanig dat aan de hand van de vermelding op het in het vierde lid bedoelde formulier elke aanvaarde aangifte met bescheiden aan de administratie ter inzage kan worden verstrekt.
2. In de in het eerste lid bedoelde aangiften dient te worden vermeld:
aangifte voor het vrije verkeer;
de soort van de goederen, omschreven onder hun eigen benaming; Voor dit gegeven kan worden verwezen naar een bijgevoegde opgave van de afzender, van de geadresseerde of van de Post;
de goederencode van het Gebruikstarief die op de betreffende goederen van toepassing is; De vermelding van de goederencode kan achterwege blijven indien er aanspraak op bestaat dat voor de in het vrije verkeer brengen geen rechten bij invoer worden geheven, mits, indien die aanspraak mede afhankelijk is van de soort van de goederen, de omschrijving van de soort van de goederen met het oog daarop voldoende gegevens bevat. In afwijking van de voorafgaande zin mag de goederencode niet achterwege blijven voor goederen genoemd onder a in de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel I;
het bedrag van de verschuldigde rechten bij invoer; De rechten bij invoer dienen te worden vermeld naar de onderscheiding die gehanteerd is op de wijze zoals voorzien in artikel 1, tweede lid van de Douanewet.
3. De in het eerste lid bedoelde aangifte wordt uiterlijk acht dagen na dagtekening van de aangifte ter verificatie aangeboden, onder overlegging van de bij aangifte vereiste bescheiden.
4. Dagelijks vermeldt de Post op een formulier van de Post waarvan de inrichting door Onze Minister is goedgekeurd, alle door de Post aanvaarde aangiften voor het vrije verkeer, met voor elke aanvaarde aangifte het totale bedrag aan rechten bij invoer alsmede een uitsplitsing van die rechten naar de onderscheiding die gehanteerd is op de wijze zoals voorzien in artikel 1, tweede lid, van de Douanewet. Per kalendermaand worden de bedragen door de Post per kolom samengesteld. Op het formulier worden door de Post vermeld de totalen per kolom vanaf het begin van de lopende maand, zoals deze waren bij de aanvang van de dag en zoals deze zijn geworden op het einde van de dag. Het ingevulde formulier met een daarbij te voegen telstrook waaruit de juistheid van de optellingen blijkt, wordt uiterlijk bij de aanvang van de eerstvolgende werkdag na de dag waarop het formulier betrekking heeft, in handen gesteld van de inspecteur.
5. De door de Post verschuldigde rechten bij invoer worden door de Onze Minister verrekend door de debitering van de met de Post te houden rekening-courant.
6. De Post bewaart de aanvaarde aangiften met de daarbij behorende bescheiden ten minste drie kalenderjaren overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EEG) 1552/89en wel zodanig dat aan de hand van de vermelding op het in het vierde lid bedoelde formulier elke aanvaarde aangifte met bescheiden aan de administratie ter inzage kan worden verstrekt.