BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 91
Douaneregeling
1. Goederen waarvoor in het douanegebied van de Gemeenschap een carnet ATA is afgegeven overeenkomstig artikel 797 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek worden aangegeven voor het vrije verkeer door overlegging van een carnet.
2. Overlegging bij de aangifte voor het vrije verkeer van een uitvoerdocument als bedoeld in artikel 847 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek dan wel van het inlichtingenblad INF-3 kan, behoudens in de gevallen waarin de goederen in het kader van de regeling passieve veredeling zijn uitgevoerd, achterwege blijven voor:
motorrijtuigen alsmede kleine aanhangwagens die zijn bestemd voor het vervoer van reisbenodigdheden, duidelijk sporen van gebruik vertonen en samen met de motorrijtuigen worden ingevoerd, indien bij de motorrijtuigen een geldig kentekenbewijs aanwezig is en zij, alsmede de aanhangwagens, het in dat bewijs vermelde kenteken voeren, voor zover daaruit blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn;
aanhangwagens, andere dan die zijn bedoeld in onderdeel a en opleggers, voor zover uit de overgelegde bescheiden dan wel op andere wijze blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn;
luchtvaartuigen die in één der lid-staten zijn ingeschreven;
locomotieven en ander rollend spoorwegmaterieel, die zijn ingeschreven in het wagenpark van een in één der lid-staten gevestigde spoorweg- of andere onderneming, indien ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;
andere vervoermiddelen, indien ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;
containers, met inbegrip van het normale toebehoren en de normale uitrusting daarvan, verpakkingsmiddelen en andere voorwerpen, vervaardigd en ingericht voor het vervoer van goederen, alsmede dekkleden en stuwmateriaal ten aanzien waarvan bij wederinvoer, gelet op de aard, de bijzondere kenmerken en de gebruiksvoorwaarden, aannemelijk is dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;
goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers en die tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd; de inspecteur kan vorderen dat de herkomst uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap wordt aangetoond door middel van een schriftelijk bewijsstuk.
3. Indien de inspecteur twijfelt of vervoermiddelen voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer, kunnen de vervoermiddelen worden ingevoerd nadat zekerheid is gesteld voor de rechten bij invoer die voor die vervoermiddelen verschuldigd zijn. De belanghebbende kan binnen drie maanden bij de inspecteur een verzoek indienen om voor de goederen alsnog vrijstelling van rechten bij invoer te verlenen, mits hij daarbij aantoont dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer is voldaan.
4. Het is verboden aanspraak te maken op vrijstelling van rechten bij invoer voor een motorrijtuig waarvan het chassis- of framenummer is gewijzigd of verwijderd zonder dat daartoe door de inspecteur toestemming is verleend.
5. Indien bij de uitvoer van de goederen een inlichtingenblad INF-3 is verkregen dient dit inlichtingenblad bij de wederinvoer van de goederen te worden overgelegd.
2. Overlegging bij de aangifte voor het vrije verkeer van een uitvoerdocument als bedoeld in artikel 847 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek dan wel van het inlichtingenblad INF-3 kan, behoudens in de gevallen waarin de goederen in het kader van de regeling passieve veredeling zijn uitgevoerd, achterwege blijven voor:
motorrijtuigen alsmede kleine aanhangwagens die zijn bestemd voor het vervoer van reisbenodigdheden, duidelijk sporen van gebruik vertonen en samen met de motorrijtuigen worden ingevoerd, indien bij de motorrijtuigen een geldig kentekenbewijs aanwezig is en zij, alsmede de aanhangwagens, het in dat bewijs vermelde kenteken voeren, voor zover daaruit blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn;
aanhangwagens, andere dan die zijn bedoeld in onderdeel a en opleggers, voor zover uit de overgelegde bescheiden dan wel op andere wijze blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn;
luchtvaartuigen die in één der lid-staten zijn ingeschreven;
locomotieven en ander rollend spoorwegmaterieel, die zijn ingeschreven in het wagenpark van een in één der lid-staten gevestigde spoorweg- of andere onderneming, indien ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;
andere vervoermiddelen, indien ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;
containers, met inbegrip van het normale toebehoren en de normale uitrusting daarvan, verpakkingsmiddelen en andere voorwerpen, vervaardigd en ingericht voor het vervoer van goederen, alsmede dekkleden en stuwmateriaal ten aanzien waarvan bij wederinvoer, gelet op de aard, de bijzondere kenmerken en de gebruiksvoorwaarden, aannemelijk is dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd;
goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers en die tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd; de inspecteur kan vorderen dat de herkomst uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Gemeenschap wordt aangetoond door middel van een schriftelijk bewijsstuk.
3. Indien de inspecteur twijfelt of vervoermiddelen voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer, kunnen de vervoermiddelen worden ingevoerd nadat zekerheid is gesteld voor de rechten bij invoer die voor die vervoermiddelen verschuldigd zijn. De belanghebbende kan binnen drie maanden bij de inspecteur een verzoek indienen om voor de goederen alsnog vrijstelling van rechten bij invoer te verlenen, mits hij daarbij aantoont dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer is voldaan.
4. Het is verboden aanspraak te maken op vrijstelling van rechten bij invoer voor een motorrijtuig waarvan het chassis- of framenummer is gewijzigd of verwijderd zonder dat daartoe door de inspecteur toestemming is verleend.
5. Indien bij de uitvoer van de goederen een inlichtingenblad INF-3 is verkregen dient dit inlichtingenblad bij de wederinvoer van de goederen te worden overgelegd.