BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 155
Douaneregeling
1. In geval van een schriftelijke of mondelinge aangifte wordt de aangever in kennis gesteld van de wijze waarop de toepassing van het douanetarief heeft plaatsgevonden of van de door de inspecteur bevonden of vastgestelde tariefindeling door op de dag waarop de toepassing van dit tarief heeft plaatsgevonden, dan wel de tariefindeling is bevonden of vastgesteld, een exemplaar van de aangifte of een ander bescheid waaruit die toepassing of indeling blijkt aan hem te overhandigen of vanaf die dag te zijner beschikking te houden op het douanekantoor waar de aangifte is gedaan. Indien de goederen voordat de verificatie van de aangifte is beëindigd zijn vrijgegeven, geschiedt de inkennisstelling door een schriftelijke mededeling waarvoor gebruik wordt gemaakt van een formulier waarop het resultaat van de verificatie is vermeld.
2. In geval van een elektronische aangifte geschiedt de inkennisstelling als bedoeld in het eerste lid door een elektronisch bericht.
3. In geval van een aangifte als bedoeld in artikel 76
eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk c, van het Communautair douanewetboek waarbij de aanvullende aangifte periodiek wordt gedaan, wordt de aangever in kennis gesteld door een schriftelijke mededeling waarvoor gebruik wordt gemaakt van een exemplaar van de aanvullende aangifte.
2. In geval van een elektronische aangifte geschiedt de inkennisstelling als bedoeld in het eerste lid door een elektronisch bericht.
3. In geval van een aangifte als bedoeld in artikel 76
eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk c, van het Communautair douanewetboek waarbij de aanvullende aangifte periodiek wordt gedaan, wordt de aangever in kennis gesteld door een schriftelijke mededeling waarvoor gebruik wordt gemaakt van een exemplaar van de aanvullende aangifte.