BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 44
Douaneregeling
1. In de gevallen waarin met toepassing van artikel 260 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek vergunning wordt verleend kan de inspecteur, voor massagoederen die veelvuldig in het vrije verkeer worden gebracht en die, indien zij gelijktijdig in het vrije verkeer zouden worden gebracht als één hoeveelheid zouden kunnen worden aangegeven, op de voet van artikel 262, eerste lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, vergunnen dat de aanvullende aangifte periodiek wordt gedaan.
2. Het tijdvak waarover de periodieke aanvullende aangifte wordt gedaan wordt in de vergunning vastgelegd, met dien verstande dat het tijdvak niet langer mag zijn dan een maand. De termijn waarbinnen de aanvullende aangifte wordt gedaan is vóór de derde werkdag na het einde van een tijdvak.
3. De vergunning wordt niet verleend voor goederen waarvan ingevolge andere wettelijke voorschriften dan de wettelijke bepalingen het in het vrije verkeer brengen is beperkt of aan regels is gebonden.
2. Het tijdvak waarover de periodieke aanvullende aangifte wordt gedaan wordt in de vergunning vastgelegd, met dien verstande dat het tijdvak niet langer mag zijn dan een maand. De termijn waarbinnen de aanvullende aangifte wordt gedaan is vóór de derde werkdag na het einde van een tijdvak.
3. De vergunning wordt niet verleend voor goederen waarvan ingevolge andere wettelijke voorschriften dan de wettelijke bepalingen het in het vrije verkeer brengen is beperkt of aan regels is gebonden.