BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 43
Douaneregeling
1. In de gevallen waarin op de voet van artikel 260 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek vergunning wordt verleend kan de inspecteur, indien zulks naar zijn oordeel wenselijk is ter voorkoming van lange wachttijden als gevolg van ernstige piekvorming in de werkzaamheden, vergunnen dat de aanvullende aangifte periodiek wordt gedaan.
2. Het tijdvak waarover de periodieke aanvullende aangifte wordt gedaan wordt in de vergunning vastgelegd, met dien verstande dat het tijdvak niet langer mag zijn dan een maand. De aanvullende aangifte wordt gedaan vóór de derde werkdag na het einde van het tijdvak.
3. De vergunning wordt voor elk douanekantoor waar de wenselijkheid als bedoeld in het eerste lid zich voordoet, afzonderlijk verleend en geldt tot wederopzegging. De vergunning kan worden beperkt of kan niet geldig worden verklaard voor bepaalde tijdvakken en/of omstandigheden.
2. Het tijdvak waarover de periodieke aanvullende aangifte wordt gedaan wordt in de vergunning vastgelegd, met dien verstande dat het tijdvak niet langer mag zijn dan een maand. De aanvullende aangifte wordt gedaan vóór de derde werkdag na het einde van het tijdvak.
3. De vergunning wordt voor elk douanekantoor waar de wenselijkheid als bedoeld in het eerste lid zich voordoet, afzonderlijk verleend en geldt tot wederopzegging. De vergunning kan worden beperkt of kan niet geldig worden verklaard voor bepaalde tijdvakken en/of omstandigheden.