BWBR0008032
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 11a
Douaneregeling
1. Als plaatsen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het besluit, waar schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen kunnen worden aangebracht, worden aangewezen de plaatsen opgenomen in bijlage II. Het aanbrengen geschiedt door het doen van een mededeling aan de inspecteur van de aankomst op een plaats als hiervoor bedoeld.
2. Op de plaatsen als bedoeld in het eerste lid kunnen geen andere activiteiten plaatsvinden dan
het innemen van provisie en scheepsbehoeften ten behoeve van de bemanning van het schip; of
het innemen van brandstoffen of smeermiddelen bestemd voor de aandrijving of smering van het schip; of
het aan boord nemen van goederen welke nodig zijn voor reparatie of vervanging van onderdelen van het schip, mits deze reparatie of vervanging noodzakelijk is om het schip zijn reis voort te kunnen laten zetten alsmede de daadwerkelijke reparatie of vervanging van deze onderdelen.
Het schip dient na afloop van deze activiteiten zijn reis voort te zetten zonder dat de eerstvolgende haven van bestemming een in Nederland gelegen haven is.
2. Op de plaatsen als bedoeld in het eerste lid kunnen geen andere activiteiten plaatsvinden dan
het innemen van provisie en scheepsbehoeften ten behoeve van de bemanning van het schip; of
het innemen van brandstoffen of smeermiddelen bestemd voor de aandrijving of smering van het schip; of
het aan boord nemen van goederen welke nodig zijn voor reparatie of vervanging van onderdelen van het schip, mits deze reparatie of vervanging noodzakelijk is om het schip zijn reis voort te kunnen laten zetten alsmede de daadwerkelijke reparatie of vervanging van deze onderdelen.
Het schip dient na afloop van deze activiteiten zijn reis voort te zetten zonder dat de eerstvolgende haven van bestemming een in Nederland gelegen haven is.