Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-08
ECLI:NL:RBZWB:2026:2740
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
10,733 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2740 text/xml public 2026-04-28T13:04:29 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-08 11895250 \ CV EXPL 25-4737 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Tilburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2740 text/html public 2026-04-28T13:04:03 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2740 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-04-2026 / 11895250 \ CV EXPL 25-4737 (E) Tussen eiseres en gedaagde bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte. Voor de geleverde warmte moet gedaagde maandelijks een voorschot betalen. Zij heeft een betalingsachterstand laten ontstaan. Omdat gedaagde de voorschotten niet betaalt, wil eiseres de levering van de warmte onderbreken/afsluiten. Zij vordert in deze procedure ontbinding van de overeenkomst en betaling van de achterstand. Ook vordert zij dat gedaagde wordt veroordeeld om mee te werken aan het afsluiten/onderbreken van de warmtetoevoer. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiseres toe. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11895250 \ CV EXPL 25-4737 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van ENNATUURLIJK B.V. , te Best, eisende partij, hierna te noemen: Ennatuurlijk, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. T.M. ten Velde. 1 De zaak in het kort 1.1. Tussen Ennatuurlijk en [gedaagde] bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte. Voor de geleverde warmte moet [gedaagde] maandelijks een voorschot betalen. Zij heeft een betalingsachterstand laten ontstaan. Omdat [gedaagde] de voorschotten niet betaalt, wil Ennatuurlijk de levering van de warmte onderbreken/afsluiten. Zij vordert in deze procedure ontbinding van de overeenkomst en betaling van de achterstand. Ook vordert zij dat [gedaagde] wordt veroordeeld om mee te werken aan het afsluiten/onderbreken van de warmtetoevoer. De kantonrechter wijst de vorderingen van Ennatuurlijk toe. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Ennatuurlijk is leverancier van warmte. Zij beheert een lokaal warmtenet, waarbij een specifieke buurt vanuit een lokale warmtebron voorzien wordt van warmte. Warmtevoorziening op deze manier is slechts mogelijk vanuit een gesloten warmtenet. Hierdoor is Ennatuurlijk de exclusieve aanbieder van warmte aan de woningen die op het betreffende warmtenet zijn aangesloten. 3.2. [gedaagde] is vanaf 15 november 2025 huurder van de woning aan [adres] . Deze woning is gelegen binnen het lokale warmtenet van Ennatuurlijk. De woning was al op het warmtenet aangesloten voordat [gedaagde] in de woning trok. 3.3. Op 25 november 2025 heeft de verhuurder van [gedaagde] bij Ennatuurlijk doorgegeven dat zich op het aangesloten adres een nieuwe huurder bevindt. Hierop heeft Ennatuurlijk op 28 november 2025 aan [gedaagde] een welkomstbrief gestuurd, waaruit volgt dat zij is aangemeld als klant. Uit de brief volgt dat de ingangsdatum van de overeenkomst 15 november 2022 is. 3.4. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] maandelijks een voorschot aan Ennatuurlijk moet betalen voor de geleverde warmte. Het voorschot bedroeg bij het aangaan van de overeenkomst € 139,64. Later is dit verhoogd en op dit moment is het voorschotbedrag € 211,11. Verder is overeengekomen dat Ennatuurlijk aan de hand van opgenomen, dan wel door [gedaagde] opgegeven of desnoods door Ennatuurlijk geschatte, meterstanden het werkelijke verbruik jaarlijks in rekening brengt. De al in rekening gebrachte voorschotnota’s worden hiermee verrekend. 3.5. Vanaf oktober 2024 is [gedaagde] gestopt met het betalen van de (voorschot)facturen. Hierdoor is een betalingsachterstand ontstaan. 4 Het geschil 4.1. Ennatuurlijk vordert kort gezegd, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: a. de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van warmte te ontbinden; b. [gedaagde] te veroordelen het volgende te betalen aan Ennatuurlijk: 1. een bedrag van € 2.585,98 (bestaande uit de in rekening gebrachte onbetaald gelaten bedragen, verschenen wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 2.184,55 vanaf de datum van de dagvaarding tot alles is betaald; 2. de overeengekomen voorschottermijn van € 211,11 voor iedere maand, vanaf juni 2025 tot het tijdstip van de gevorderde ontbinding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag; 3. een schadevergoeding van € 211,11 voor iedere maand vanaf de gevorderde ontbinding tot het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering, te rekenen vanaf de vervaldag van elke voorschottermijn, vermeerderd met de wettelijke rente daarover; c. 1. [gedaagde] te veroordelen om binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis een afspraak te maken met Ennatuurlijk om op werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur toegang te verlenen tot de woning om de warmtelevering te onderbreken door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd; 2. voor het geval niet binnen drie werkdagen na de betekening aan het vonnis wordt voldaan aan de veroordeling onder c.1, dan wel deze niet-toewijsbaar wordt geacht, Ennatuurlijk toe te staan de onderbreking van de levering van warmte te bewerkstelligen door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd en [gedaagde] te veroordelen de woning te verlaten op grond van artikel 558 Rv subsidiair artikel 491 Rv totdat de voornoemde onderbreking van de levering van warmte heeft plaatsgevonden en het handelen van Ennatuurlijk te gedogen; 3. te bepalen dat alle kosten gemoeid met de hiervoor genoemde afsluiting/verwijdering/verzegeling voor rekening van [gedaagde] komen; d. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure; subsidiair in het geval geoordeeld wordt dat geen overeenkomst bestaat tussen partijen a. voor recht te verklaren dat Ennatuurlijk geen enkele verplichting heeft tot het leveren van warmte en/of koude en/of warm tapwater aan het verbruikersperceel te [plaats] , [adres] voor zolang er geen overeenkomst wordt gesloten tussen partijen; b. [gedaagde] te veroordelen om het volgende te betalen aan Ennatuurlijk: 1. in het kader van ongerechtvaardigde verrijking een bedrag van € 2.585,98, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 2.184,55, gerekend vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag dat alles is betaald; 2. een verbruiksvergoeding van € 211,11 voor iedere maand, te rekenen vanaf de datum van het vonnis tot het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering ten titel voor het in stand houden van de aansluiting en de afname van warmde, begroot op € 211,11, vermeerderd met de wettelijke rente daarover; c. 1. [gedaagde] te veroordelen om binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis een afspraak te maken met Ennatuurlijk om op werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur toegang te verlenen tot de woning om de warmtelevering te onderbreken door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen; 2. voor het geval niet binnen drie werkdagen na de betekening aan het vonnis wordt voldaan aan de veroordeling onder c.1, dan wel deze niet-toewijsbaar wordt geacht, Ennatuurlijk toe te staan de onderbreking van de levering van warmte te bewerkstelligen door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd en [gedaagde] te veroordelen de woning te verlaten op grond van artikel 558 Rv subsidiair artikel 491 Rv totdat de voornoemde onderbreking van de levering van warmte heeft plaatsgevonden en het handelen van Ennatuurlijk te gedogen; 3.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2740 text/xml public 2026-04-28T13:04:29 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-08 11895250 \ CV EXPL 25-4737 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Tilburg Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2740 text/html public 2026-04-28T13:04:03 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2740 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-04-2026 / 11895250 \ CV EXPL 25-4737 (E) Tussen eiseres en gedaagde bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte. Voor de geleverde warmte moet gedaagde maandelijks een voorschot betalen. Zij heeft een betalingsachterstand laten ontstaan. Omdat gedaagde de voorschotten niet betaalt, wil eiseres de levering van de warmte onderbreken/afsluiten. Zij vordert in deze procedure ontbinding van de overeenkomst en betaling van de achterstand. Ook vordert zij dat gedaagde wordt veroordeeld om mee te werken aan het afsluiten/onderbreken van de warmtetoevoer. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiseres toe. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11895250 \ CV EXPL 25-4737 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van ENNATUURLIJK B.V. , te Best, eisende partij, hierna te noemen: Ennatuurlijk, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. T.M. ten Velde. 1 De zaak in het kort 1.1. Tussen Ennatuurlijk en [gedaagde] bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte. Voor de geleverde warmte moet [gedaagde] maandelijks een voorschot betalen. Zij heeft een betalingsachterstand laten ontstaan. Omdat [gedaagde] de voorschotten niet betaalt, wil Ennatuurlijk de levering van de warmte onderbreken/afsluiten. Zij vordert in deze procedure ontbinding van de overeenkomst en betaling van de achterstand. Ook vordert zij dat [gedaagde] wordt veroordeeld om mee te werken aan het afsluiten/onderbreken van de warmtetoevoer. De kantonrechter wijst de vorderingen van Ennatuurlijk toe. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Ennatuurlijk is leverancier van warmte. Zij beheert een lokaal warmtenet, waarbij een specifieke buurt vanuit een lokale warmtebron voorzien wordt van warmte. Warmtevoorziening op deze manier is slechts mogelijk vanuit een gesloten warmtenet. Hierdoor is Ennatuurlijk de exclusieve aanbieder van warmte aan de woningen die op het betreffende warmtenet zijn aangesloten. 3.2. [gedaagde] is vanaf 15 november 2025 huurder van de woning aan [adres] . Deze woning is gelegen binnen het lokale warmtenet van Ennatuurlijk. De woning was al op het warmtenet aangesloten voordat [gedaagde] in de woning trok. 3.3. Op 25 november 2025 heeft de verhuurder van [gedaagde] bij Ennatuurlijk doorgegeven dat zich op het aangesloten adres een nieuwe huurder bevindt. Hierop heeft Ennatuurlijk op 28 november 2025 aan [gedaagde] een welkomstbrief gestuurd, waaruit volgt dat zij is aangemeld als klant. Uit de brief volgt dat de ingangsdatum van de overeenkomst 15 november 2022 is. 3.4. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] maandelijks een voorschot aan Ennatuurlijk moet betalen voor de geleverde warmte. Het voorschot bedroeg bij het aangaan van de overeenkomst € 139,64. Later is dit verhoogd en op dit moment is het voorschotbedrag € 211,11. Verder is overeengekomen dat Ennatuurlijk aan de hand van opgenomen, dan wel door [gedaagde] opgegeven of desnoods door Ennatuurlijk geschatte, meterstanden het werkelijke verbruik jaarlijks in rekening brengt. De al in rekening gebrachte voorschotnota’s worden hiermee verrekend. 3.5. Vanaf oktober 2024 is [gedaagde] gestopt met het betalen van de (voorschot)facturen. Hierdoor is een betalingsachterstand ontstaan. 4 Het geschil 4.1. Ennatuurlijk vordert kort gezegd, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: a. de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van warmte te ontbinden; b. [gedaagde] te veroordelen het volgende te betalen aan Ennatuurlijk: 1. een bedrag van € 2.585,98 (bestaande uit de in rekening gebrachte onbetaald gelaten bedragen, verschenen wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 2.184,55 vanaf de datum van de dagvaarding tot alles is betaald; 2. de overeengekomen voorschottermijn van € 211,11 voor iedere maand, vanaf juni 2025 tot het tijdstip van de gevorderde ontbinding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag; 3. een schadevergoeding van € 211,11 voor iedere maand vanaf de gevorderde ontbinding tot het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering, te rekenen vanaf de vervaldag van elke voorschottermijn, vermeerderd met de wettelijke rente daarover; c. 1. [gedaagde] te veroordelen om binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis een afspraak te maken met Ennatuurlijk om op werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur toegang te verlenen tot de woning om de warmtelevering te onderbreken door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd; 2. voor het geval niet binnen drie werkdagen na de betekening aan het vonnis wordt voldaan aan de veroordeling onder c.1, dan wel deze niet-toewijsbaar wordt geacht, Ennatuurlijk toe te staan de onderbreking van de levering van warmte te bewerkstelligen door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd en [gedaagde] te veroordelen de woning te verlaten op grond van artikel 558 Rv subsidiair artikel 491 Rv totdat de voornoemde onderbreking van de levering van warmte heeft plaatsgevonden en het handelen van Ennatuurlijk te gedogen; 3. te bepalen dat alle kosten gemoeid met de hiervoor genoemde afsluiting/verwijdering/verzegeling voor rekening van [gedaagde] komen; d. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure; subsidiair in het geval geoordeeld wordt dat geen overeenkomst bestaat tussen partijen a. voor recht te verklaren dat Ennatuurlijk geen enkele verplichting heeft tot het leveren van warmte en/of koude en/of warm tapwater aan het verbruikersperceel te [plaats] , [adres] voor zolang er geen overeenkomst wordt gesloten tussen partijen; b. [gedaagde] te veroordelen om het volgende te betalen aan Ennatuurlijk: 1. in het kader van ongerechtvaardigde verrijking een bedrag van € 2.585,98, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 2.184,55, gerekend vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag dat alles is betaald; 2. een verbruiksvergoeding van € 211,11 voor iedere maand, te rekenen vanaf de datum van het vonnis tot het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering ten titel voor het in stand houden van de aansluiting en de afname van warmde, begroot op € 211,11, vermeerderd met de wettelijke rente daarover; c. 1. [gedaagde] te veroordelen om binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis een afspraak te maken met Ennatuurlijk om op werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur toegang te verlenen tot de woning om de warmtelevering te onderbreken door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen; 2. voor het geval niet binnen drie werkdagen na de betekening aan het vonnis wordt voldaan aan de veroordeling onder c.1, dan wel deze niet-toewijsbaar wordt geacht, Ennatuurlijk toe te staan de onderbreking van de levering van warmte te bewerkstelligen door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd en [gedaagde] te veroordelen de woning te verlaten op grond van artikel 558 Rv subsidiair artikel 491 Rv totdat de voornoemde onderbreking van de levering van warmte heeft plaatsgevonden en het handelen van Ennatuurlijk te gedogen; 3.
Volledig
te bepalen dat alle kosten gemoeid met de hiervoor genoemde afsluiting/verwijdering/verzegeling voor rekening van [gedaagde] komen; d. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure. 4.2. Ennatuurlijk legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte op het adres van [gedaagde] . Uit de overeenkomst volgt dat [gedaagde] iedere maand een voorschotbedrag van € 211,11 verschuldigd is voor de levering van warmte. Volgens Ennatuurlijk is [gedaagde] vanaf oktober 2024 gestopt met het betalen van de voorschotten. Hierdoor is een achterstand ontstaan. Deze achterstand loopt alleen maar verder op. Ennatuurlijk vordert betaling van de achterstand, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast stelt zij zich op het standpunt dat zij, gezien de achterstand, gerechtigd is de overeenkomst te ontbinden. Ennatuurlijk wil, om de schade zo veel mogelijk te beperken, ook de warmtetoevoer (laten) afsluiten. Ennatuurlijk vordert daarom ook medewerking aan de afsluiting. Gedurende de periode na ontbinding en tot het Tot het moment dat de afsluiting heeft plaatsgevonden, vordert zij betaling van een verbruiksvergoeding. Ook maakt Ennatuurlijk aanspraak op de kosten van de procedure. 4.3. Voor het geval dat er geen sprake is van een overeenkomst tussen partijen, stelt Ennatuurlijk zich subsidiair op het standpunt dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt door de geleverde warmte en op grond daarvan alsnog een bedrag – gelijk aan de achterstand – verschuldigd is. Ook in dat geval heeft Ennatuurlijk belang bij de afsluiting en vordert zij betaling van een verbruiksvergoeding tot aan de afsluiting. 4.4. [gedaagde] heeft niet betwist dat sprake is van een overeenkomst. Ook is niet betwist dat er een achterstand is ontstaan. Wegens persoonlijke omstandigheden lukt het [gedaagde] niet om de maandelijkse voorschotnota’s te betalen. [gedaagde] had een uitkering, maar deze is stopgezet. Daardoor heeft ze tijdelijk geen inkomen gehad. Ze heeft een nieuwe aanvraag gedaan voor een uitkering en heeft de intentie zich aan te melden bij Schuldhulp. 4.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten – geen sanctie 5.1. Tussen partijen is niet in geschil dat er een overeenkomst bestaat voor de levering van warmte aan het woonadres van [gedaagde] . Ennatuurlijk is een handelaar. [gedaagde] is een consument. Ondanks dat het bestaan van de overeenkomst en de betalingsachterstand door [gedaagde] worden erkend, moet de kantonrechter wel ambtshalve toetsen of Ennatuurlijk aan de op haar rustende informatieplichten heeft voldaan. 5.2. De kantonrechter volgt Ennatuurlijk niet in haar stelling dat er geen grond is om ambtshalve te toetsen. Dit volgt ook niet uit het door haar aangehaalde arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. In die zaak wordt juist wel aan de (pre)contractuele informatieplichten getoetst en zelfs geoordeeld dat daaraan niet was voldaan door eiseres. Het hof heeft hier vervolgens geen sanctie aan verbonden, omdat dit nalaten haar niet was aan te rekenen op grond van de omstandigheden van het geval. Hetzelfde geldt voor de omstandigheden in deze zaak, zodat de kantonrechter ook in deze zaak geen sanctie zal opleggen. 5.3. Omdat is vastgesteld dat sprake is van een overeenkomst, zal aan de subsidiaire vorderingen van Ennatuurlijk niet worden toegekomen. [gedaagde] moet de achterstand betalen 5.4. [gedaagde] heeft erkend dat sprake is van een achterstand. Ten tijde van dagvaarding bedroeg de achterstand € 2.184,55. Deze achterstand ziet op de periode vanaf oktober 2024 tot en met juni 2025. De gevorderde betaling van de achterstand van € 2.184,55 wordt dan ook toegewezen. 5.5. Ter zitting heeft Ennatuurlijk ter sprake gebracht dat ook na dagvaarding geen voorschotten zijn betaald. Dit is door [gedaagde] niet weersproken. Op de voorschotten die verschuldigd zijn vanaf juni 2025, wordt hierna nog ingegaan. De overeenkomst wordt ontbonden 5.6. Uit artikel 6:265 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat elke tekortkoming van een partij in de nakoming van zijn verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming door haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding en de gevolgen daarvan niet rechtvaardigt. 5.7. Gezien de omvang van de betalingsachterstand staat vast dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. In dit geval kan dat naar het oordeel van de kantonrechter ook leiden tot ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter houdt er in dit geval ook rekening mee dat de achterstand na het uitbrengen van de dagvaarding is opgelopen en [gedaagde] geen concreet plan of zekerheid heeft gegeven voor betaling van de lopende termijnen of de achterstand. Ennatuurlijk dient zich te houden aan de afspraken zoals neergelegd in de op 1 januari 2014 in werking getreden Warmteregeling van 4 september 2013 (nr. WJZ/12122689) houdende uitvoering van het Warmtebesluit en de Warmtewet. Uitgangspunt van deze regeling is dat afnemers van warme die meewerken aan een oplossing voor hun schulden niet worden afgesloten. Ennatuurlijk dient op grond van artikel 5 leden 2 en 3 van de Warmteregeling tenminste drie keer een schriftelijke betalingsherinnering te sturen waarin [gedaagde] veertien dagen de tijd krijgt om te betalen én zij wordt gewezen op de mogelijkheid een betalingsregeling te treffen én de mogelijkheid van schuldhulpverlening. Dit is ook gebeurd. [gedaagde] heeft echter niet gereageerd op de aanmaningen. Er is ook op andere manieren getracht met haar in contact te treden, echter tevergeefs. Hoewel de advocaat van betrokkene heeft aangegeven dat betrokkene zich wil aanmelden bij schuldhulp is dit vooralsnog niet gebeurd voorzover de rechtbank dit kon vaststellen. Dit vormt derhalve dan ook geen belemmering voor toewijzing van de ontbinding zoals neergelegd in artikel 5b van het Warmtebesluit. Nu Ennatuurlijk aldus heeft gehandeld volgens de bepalingen van de Warmteregeling en de hoogte van de betalingsachterstand de ontbinding van de overeenkomst eveneens rechtvaardigt, zal daartoe in de beslissing worden overgegaan. [gedaagde] moet de voorschottermijnen tot aan de ontbinding betaling 5.8. Door Ennatuurlijk is verder betaling gevorderd van de overeengekomen voorschottermijnen van € 211,11 voor iedere maand, vanaf juni 2025 tot het tijdstip van de gevorderde ontbinding. Nu de kantonrechter overgaat tot ontbinding en niet is weersproken dat in de tussenliggende periode geen voorschottermijnen door [gedaagde] zijn betaald, zal de kantonrechter deze vordering toewijzen, met dien verstande dat de eindafrekening met de voorschotfacturen wordt verrekend. Ennatuurlijk mag – op termijn – overgaan tot afsluiting van de levering van warmte 5.9. Omdat de kantonrechter de overeenkomst tussen partijen ontbindt, heeft Ennatuurlijk een gerechtvaardigd belang bij de onderbreking van de warmtelevering. Dit is voor Ennatuurlijk niet mogelijk zonder de woning van [gedaagde] te betreden. Daarom zal [gedaagde] worden veroordeeld tot het verlenen van medewerking aan de afsluiting. Omdat Ennatuurlijk onweersproken heeft gesteld dat er een gedeeltelijke ontruiming nodig is om de werkzaamheden te verrichten, indien [gedaagde] geen medewerking verleent, zal de kantonrechter de daarmee samenhangende vordering tot gedeeltelijke ontruiming op grond van artikel 558 Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering (Rv) eveneens toewijzen. 5.10. Gelet op de ingrijpende gevolgen die een afsluiting voor [gedaagde] , maar met name voor haar minderjarige kind heeft, acht de kantonrechter het redelijk dat [gedaagde] een ruime(re) termijn van 30 dagen wordt gegund voordat daadwerkelijk tot afsluiting overgegaan wordt. Mogelijk dat dit [gedaagde] de ruimte geeft om met een concreet plan voor (af)betaling te komen danwel stappen te zetten ten aanzien van schuldhulpverlening.
Volledig
te bepalen dat alle kosten gemoeid met de hiervoor genoemde afsluiting/verwijdering/verzegeling voor rekening van [gedaagde] komen; d. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure. 4.2. Ennatuurlijk legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte op het adres van [gedaagde] . Uit de overeenkomst volgt dat [gedaagde] iedere maand een voorschotbedrag van € 211,11 verschuldigd is voor de levering van warmte. Volgens Ennatuurlijk is [gedaagde] vanaf oktober 2024 gestopt met het betalen van de voorschotten. Hierdoor is een achterstand ontstaan. Deze achterstand loopt alleen maar verder op. Ennatuurlijk vordert betaling van de achterstand, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast stelt zij zich op het standpunt dat zij, gezien de achterstand, gerechtigd is de overeenkomst te ontbinden. Ennatuurlijk wil, om de schade zo veel mogelijk te beperken, ook de warmtetoevoer (laten) afsluiten. Ennatuurlijk vordert daarom ook medewerking aan de afsluiting. Gedurende de periode na ontbinding en tot het Tot het moment dat de afsluiting heeft plaatsgevonden, vordert zij betaling van een verbruiksvergoeding. Ook maakt Ennatuurlijk aanspraak op de kosten van de procedure. 4.3. Voor het geval dat er geen sprake is van een overeenkomst tussen partijen, stelt Ennatuurlijk zich subsidiair op het standpunt dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt door de geleverde warmte en op grond daarvan alsnog een bedrag – gelijk aan de achterstand – verschuldigd is. Ook in dat geval heeft Ennatuurlijk belang bij de afsluiting en vordert zij betaling van een verbruiksvergoeding tot aan de afsluiting. 4.4. [gedaagde] heeft niet betwist dat sprake is van een overeenkomst. Ook is niet betwist dat er een achterstand is ontstaan. Wegens persoonlijke omstandigheden lukt het [gedaagde] niet om de maandelijkse voorschotnota’s te betalen. [gedaagde] had een uitkering, maar deze is stopgezet. Daardoor heeft ze tijdelijk geen inkomen gehad. Ze heeft een nieuwe aanvraag gedaan voor een uitkering en heeft de intentie zich aan te melden bij Schuldhulp. 4.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten – geen sanctie 5.1. Tussen partijen is niet in geschil dat er een overeenkomst bestaat voor de levering van warmte aan het woonadres van [gedaagde] . Ennatuurlijk is een handelaar. [gedaagde] is een consument. Ondanks dat het bestaan van de overeenkomst en de betalingsachterstand door [gedaagde] worden erkend, moet de kantonrechter wel ambtshalve toetsen of Ennatuurlijk aan de op haar rustende informatieplichten heeft voldaan. 5.2. De kantonrechter volgt Ennatuurlijk niet in haar stelling dat er geen grond is om ambtshalve te toetsen. Dit volgt ook niet uit het door haar aangehaalde arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. In die zaak wordt juist wel aan de (pre)contractuele informatieplichten getoetst en zelfs geoordeeld dat daaraan niet was voldaan door eiseres. Het hof heeft hier vervolgens geen sanctie aan verbonden, omdat dit nalaten haar niet was aan te rekenen op grond van de omstandigheden van het geval. Hetzelfde geldt voor de omstandigheden in deze zaak, zodat de kantonrechter ook in deze zaak geen sanctie zal opleggen. 5.3. Omdat is vastgesteld dat sprake is van een overeenkomst, zal aan de subsidiaire vorderingen van Ennatuurlijk niet worden toegekomen. [gedaagde] moet de achterstand betalen 5.4. [gedaagde] heeft erkend dat sprake is van een achterstand. Ten tijde van dagvaarding bedroeg de achterstand € 2.184,55. Deze achterstand ziet op de periode vanaf oktober 2024 tot en met juni 2025. De gevorderde betaling van de achterstand van € 2.184,55 wordt dan ook toegewezen. 5.5. Ter zitting heeft Ennatuurlijk ter sprake gebracht dat ook na dagvaarding geen voorschotten zijn betaald. Dit is door [gedaagde] niet weersproken. Op de voorschotten die verschuldigd zijn vanaf juni 2025, wordt hierna nog ingegaan. De overeenkomst wordt ontbonden 5.6. Uit artikel 6:265 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat elke tekortkoming van een partij in de nakoming van zijn verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming door haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding en de gevolgen daarvan niet rechtvaardigt. 5.7. Gezien de omvang van de betalingsachterstand staat vast dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. In dit geval kan dat naar het oordeel van de kantonrechter ook leiden tot ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter houdt er in dit geval ook rekening mee dat de achterstand na het uitbrengen van de dagvaarding is opgelopen en [gedaagde] geen concreet plan of zekerheid heeft gegeven voor betaling van de lopende termijnen of de achterstand. Ennatuurlijk dient zich te houden aan de afspraken zoals neergelegd in de op 1 januari 2014 in werking getreden Warmteregeling van 4 september 2013 (nr. WJZ/12122689) houdende uitvoering van het Warmtebesluit en de Warmtewet. Uitgangspunt van deze regeling is dat afnemers van warme die meewerken aan een oplossing voor hun schulden niet worden afgesloten. Ennatuurlijk dient op grond van artikel 5 leden 2 en 3 van de Warmteregeling tenminste drie keer een schriftelijke betalingsherinnering te sturen waarin [gedaagde] veertien dagen de tijd krijgt om te betalen én zij wordt gewezen op de mogelijkheid een betalingsregeling te treffen én de mogelijkheid van schuldhulpverlening. Dit is ook gebeurd. [gedaagde] heeft echter niet gereageerd op de aanmaningen. Er is ook op andere manieren getracht met haar in contact te treden, echter tevergeefs. Hoewel de advocaat van betrokkene heeft aangegeven dat betrokkene zich wil aanmelden bij schuldhulp is dit vooralsnog niet gebeurd voorzover de rechtbank dit kon vaststellen. Dit vormt derhalve dan ook geen belemmering voor toewijzing van de ontbinding zoals neergelegd in artikel 5b van het Warmtebesluit. Nu Ennatuurlijk aldus heeft gehandeld volgens de bepalingen van de Warmteregeling en de hoogte van de betalingsachterstand de ontbinding van de overeenkomst eveneens rechtvaardigt, zal daartoe in de beslissing worden overgegaan. [gedaagde] moet de voorschottermijnen tot aan de ontbinding betaling 5.8. Door Ennatuurlijk is verder betaling gevorderd van de overeengekomen voorschottermijnen van € 211,11 voor iedere maand, vanaf juni 2025 tot het tijdstip van de gevorderde ontbinding. Nu de kantonrechter overgaat tot ontbinding en niet is weersproken dat in de tussenliggende periode geen voorschottermijnen door [gedaagde] zijn betaald, zal de kantonrechter deze vordering toewijzen, met dien verstande dat de eindafrekening met de voorschotfacturen wordt verrekend. Ennatuurlijk mag – op termijn – overgaan tot afsluiting van de levering van warmte 5.9. Omdat de kantonrechter de overeenkomst tussen partijen ontbindt, heeft Ennatuurlijk een gerechtvaardigd belang bij de onderbreking van de warmtelevering. Dit is voor Ennatuurlijk niet mogelijk zonder de woning van [gedaagde] te betreden. Daarom zal [gedaagde] worden veroordeeld tot het verlenen van medewerking aan de afsluiting. Omdat Ennatuurlijk onweersproken heeft gesteld dat er een gedeeltelijke ontruiming nodig is om de werkzaamheden te verrichten, indien [gedaagde] geen medewerking verleent, zal de kantonrechter de daarmee samenhangende vordering tot gedeeltelijke ontruiming op grond van artikel 558 Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering (Rv) eveneens toewijzen. 5.10. Gelet op de ingrijpende gevolgen die een afsluiting voor [gedaagde] , maar met name voor haar minderjarige kind heeft, acht de kantonrechter het redelijk dat [gedaagde] een ruime(re) termijn van 30 dagen wordt gegund voordat daadwerkelijk tot afsluiting overgegaan wordt. Mogelijk dat dit [gedaagde] de ruimte geeft om met een concreet plan voor (af)betaling te komen danwel stappen te zetten ten aanzien van schuldhulpverlening.
Volledig
Voor iedere maand vanaf het moment van ontbinding tot het moment dat [gedaagde] daadwerkelijk wordt afgesloten, is zij een verbruiksvergoeding verschuldigd, welke vergoeding wordt begroot op € 211,11 met dien verstande dat de eindafrekening met de verbruiksvergoeding wordt verrekend. 5.11. In verband met de afsluiting vordert Ennatuurlijk dat wordt bepaald dat alle kosten die daarmee gemoeid zijn, voor rekening van [gedaagde] komen. De kantonrechter wijst deze vordering af, nu sprake is van een toekomstige vordering die nog onzeker is en Ennatuurlijk deze kosten niet heeft geconcretiseerd. [gedaagde] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen 5.12. Ennatuurlijk vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] is op grond van eenzelfde rechtsverhouding termijnbetalingen aan Ennatuurlijk verschuldigd. Ennatuurlijk heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] moet de wettelijke rente betalen 5.13. Op grond van artikel 6:119 BW is een partij wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van verzuim. In dit geval was [gedaagde] steeds in verzuim op het moment dat zij een bedrag moest betalen, maar dat niet op tijd deed. 5.14. In het bedrag van € 2.585,98 dat Ennatuurlijk onder b. 1. vordert is een bedrag aan wettelijke rente van € 73,75 opgenomen. Dit bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. 5.15. Daarnaast heeft Ennatuurlijk over haar vordering onder b.1. gevorderde bedrag de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van dagvaarding. Omdat het bedrag van € 73,75 ziet op de wettelijke rente tot aan dagvaarding, zal de kantonrechter de wettelijke rente over de totale achterstand van € 2.184,55 vanaf dagvaarding, 10 september 2025, toewijzen. 5.16. Verder heeft Ennatuurlijk over de onder b.2. gevorderde voorschotten de wettelijke rente gevorderd vanaf de vervaldag. De wettelijke rente zal worden toegewezen, waarbij wordt uitgegaan van een voorschot van telkens € 211,11. 5.17. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ennatuurlijk worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,21 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 506,00 (2 punten × € 253,00) - nakosten € 126,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.266,71 6 De beslissing De kantonrechter 6.1. ontbindt de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van warmte voor het verbruiksadres aan [adres] ; 6.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 2.585,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom van 2.184,55, met ingang van 10 september 2025, tot de dag van volledige betaling; 6.3. veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 211,11 per maand, voor iedere maand vanaf juni 2025 tot de datum van dit vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag, met dien verstande dat verrekening met de eindafrekening plaatsvindt; 6.4. veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een schadevergoeding van € 211,11 voor iedere maand vanaf heden tot het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering, te rekenen vanaf de vervaldag van elke termijn, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, met dien verstande dat verrekening met de eindafrekening plaatsvindt; 6.5. veroordeelt [gedaagde] om binnen dertig werkdagen na betekening van het vonnis een afspraak te maken met Ennatuurlijk om op werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur toegang te verlenen tot de woning om de warmtelevering te onderbreken; 6.6. veroordeelt [gedaagde] - voor het geval zij niet aan de veroordeling onder 6.5 voldoet: Ennatuurlijk toe te staan de onderbreking van de levering op voormeld perceel te bewerkstelligen door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd; het verbruiksadres aan [adres] op voet van artikel 558 Rv gedeeltelijk te ontruimen, aldus dat tot vorenbedoelde onderbreking van de levering kan worden gekomen alsmede het handelen van Ennatuurlijk te gedogen; 6.7. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.266,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 6.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.9. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
Volledig
Voor iedere maand vanaf het moment van ontbinding tot het moment dat [gedaagde] daadwerkelijk wordt afgesloten, is zij een verbruiksvergoeding verschuldigd, welke vergoeding wordt begroot op € 211,11 met dien verstande dat de eindafrekening met de verbruiksvergoeding wordt verrekend. 5.11. In verband met de afsluiting vordert Ennatuurlijk dat wordt bepaald dat alle kosten die daarmee gemoeid zijn, voor rekening van [gedaagde] komen. De kantonrechter wijst deze vordering af, nu sprake is van een toekomstige vordering die nog onzeker is en Ennatuurlijk deze kosten niet heeft geconcretiseerd. [gedaagde] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen 5.12. Ennatuurlijk vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] is op grond van eenzelfde rechtsverhouding termijnbetalingen aan Ennatuurlijk verschuldigd. Ennatuurlijk heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] moet de wettelijke rente betalen 5.13. Op grond van artikel 6:119 BW is een partij wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van verzuim. In dit geval was [gedaagde] steeds in verzuim op het moment dat zij een bedrag moest betalen, maar dat niet op tijd deed. 5.14. In het bedrag van € 2.585,98 dat Ennatuurlijk onder b. 1. vordert is een bedrag aan wettelijke rente van € 73,75 opgenomen. Dit bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. 5.15. Daarnaast heeft Ennatuurlijk over haar vordering onder b.1. gevorderde bedrag de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van dagvaarding. Omdat het bedrag van € 73,75 ziet op de wettelijke rente tot aan dagvaarding, zal de kantonrechter de wettelijke rente over de totale achterstand van € 2.184,55 vanaf dagvaarding, 10 september 2025, toewijzen. 5.16. Verder heeft Ennatuurlijk over de onder b.2. gevorderde voorschotten de wettelijke rente gevorderd vanaf de vervaldag. De wettelijke rente zal worden toegewezen, waarbij wordt uitgegaan van een voorschot van telkens € 211,11. 5.17. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ennatuurlijk worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,21 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 506,00 (2 punten × € 253,00) - nakosten € 126,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.266,71 6 De beslissing De kantonrechter 6.1. ontbindt de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van warmte voor het verbruiksadres aan [adres] ; 6.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 2.585,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom van 2.184,55, met ingang van 10 september 2025, tot de dag van volledige betaling; 6.3. veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 211,11 per maand, voor iedere maand vanaf juni 2025 tot de datum van dit vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag, met dien verstande dat verrekening met de eindafrekening plaatsvindt; 6.4. veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een schadevergoeding van € 211,11 voor iedere maand vanaf heden tot het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering, te rekenen vanaf de vervaldag van elke termijn, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, met dien verstande dat verrekening met de eindafrekening plaatsvindt; 6.5. veroordeelt [gedaagde] om binnen dertig werkdagen na betekening van het vonnis een afspraak te maken met Ennatuurlijk om op werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur toegang te verlenen tot de woning om de warmtelevering te onderbreken; 6.6. veroordeelt [gedaagde] - voor het geval zij niet aan de veroordeling onder 6.5 voldoet: Ennatuurlijk toe te staan de onderbreking van de levering op voormeld perceel te bewerkstelligen door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd; het verbruiksadres aan [adres] op voet van artikel 558 Rv gedeeltelijk te ontruimen, aldus dat tot vorenbedoelde onderbreking van de levering kan worden gekomen alsmede het handelen van Ennatuurlijk te gedogen; 6.7. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.266,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 6.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.9. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.