BWBR0050681
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 39
Wet bemanning zeeschepen
1. Onze Minister wijst ambtenaren aan die worden belast met de behandeling van een aanvraag als bedoeld in artikel 35, eerste lid, 37, eerste lid, of 38, eerste lid, en met het verrichten van het onderzoek als bedoeld in artikel 37, eerste, derde en vijfde lid, of 38, eerste lid. De behandeling van de aanvraag of het onderzoek kunnen tevens geheel of ten dele worden verricht door daartoe door Onze Minister aangewezen rechtspersonen.
2. Aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van natuurlijke personen of rechtspersonen krachtens het eerste lid.
4. Onze Minister kan slechts door hem erkende natuurlijke personen of rechtspersonen aanwijzen. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van erkenning, de voorwaarden voor erkenning, de intrekking van de erkenning indien niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan en de bekendmaking van een erkenning of intrekking van een erkenning.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:
a. onderzoeken waaraan een zeeschip wordt onderworpen ter verkrijging en verlenging van een certificaat maritieme arbeid, een verklaring naleving maritieme arbeid deel I of een visserij-arbeidscertificaat, alsmede de inhoud van die onderzoeken en de frequentie waarmee zij worden verricht;
b. de registratie van de bij de inspectie verzamelde onderzoeksgegevens.
2. Aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van natuurlijke personen of rechtspersonen krachtens het eerste lid.
4. Onze Minister kan slechts door hem erkende natuurlijke personen of rechtspersonen aanwijzen. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van erkenning, de voorwaarden voor erkenning, de intrekking van de erkenning indien niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan en de bekendmaking van een erkenning of intrekking van een erkenning.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:
a. onderzoeken waaraan een zeeschip wordt onderworpen ter verkrijging en verlenging van een certificaat maritieme arbeid, een verklaring naleving maritieme arbeid deel I of een visserij-arbeidscertificaat, alsmede de inhoud van die onderzoeken en de frequentie waarmee zij worden verricht;
b. de registratie van de bij de inspectie verzamelde onderzoeksgegevens.