BWBR0050681
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 38
Wet bemanning zeeschepen
1. Onze Minister geeft op aanvraag van de scheepsbeheerder een visserij-arbeidscertificaat af voor een vissersvaartuig dat gewoonlijk per reis meer dan drie dagen op zee verblijft en een lengte heeft van 24 meter of meer dan wel normaliter vaart op een afstand van meer dan 200 zeemijl tot de Nederlandse kustlijn, indien na onderzoek is gebleken dat het desbetreffende vissersvaartuig ten minste voldoet aan de eisen van het C188-verdrag.
2. De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat de eisen voortkomend uit het C188-verdrag voortdurend worden nageleefd.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop voldaan moet worden aan de eisen van het C188-verdrag en de wijze waarop dat aan boord wordt bekendgemaakt.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de eisen voor de verkrijging, geldigheid, verlenging en intrekking van een visserij-arbeidscertificaat.
2. De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat de eisen voortkomend uit het C188-verdrag voortdurend worden nageleefd.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop voldaan moet worden aan de eisen van het C188-verdrag en de wijze waarop dat aan boord wordt bekendgemaakt.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de eisen voor de verkrijging, geldigheid, verlenging en intrekking van een visserij-arbeidscertificaat.