BWBR0050681
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 31
Wet bemanning zeeschepen
1. Elke zeevarende is in het bezit van een geldige geneeskundige verklaring zeevaart waaruit blijkt dat hij voldoet aan de voor zijn functie vereiste medische geschiktheid.
2. De geneeskundige verklaring zeevaart wordt afgegeven door een keuringsarts die daartoe door Onze Minister is aangewezen of erkend.
3. Een geldige geneeskundige verklaring zeevaart afgegeven door een keuringsarts die door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland of die onder de verantwoordelijkheid van een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 27, eerste lid, is aangewezen of erkend, wordt aanvaard als een geneeskundige verklaring als bedoeld in het eerste lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de eisen van medische geschiktheid, de wijze van keuren en het model, afgifte of geldigheid van een geneeskundige verklaring zeevaart.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanwijzing en erkenning als keuringsarts alsmede de intrekking van deze aanwijzing en erkenning.
6. Indien de geldigheid van een geneeskundige verklaring zeevaart gedurende een reis verstrijkt, kan de betrokken zeevarende zijn werkzaamheden verrichten tot aan de volgende aanloophaven waar een keuring voor medische geschiktheid kan worden verricht, maar niet meer dan voor een termijn van drie maanden na het verstrijken.
7. Indien korte tijd voor vertrek van een schip de bemanning moet worden aangevuld, kan, indien dringende omstandigheden nopen tot het aanmonsteren van personen die niet in het bezit zijn van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, door Onze Minister aan een zeevarende die in het bezit is van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart waarvan de geldigheidsduur recentelijk is verstreken, ontheffing worden verleend van de in het eerste of tweede lid, bedoelde verplichting.
8. De in zevende lid bedoelde ontheffing geldt tot aan de volgende aanloophaven waar een medische keuring door een keuringsarts als bedoeld in het eerste of tweede lid, kan worden verricht, maar niet meer dan voor een termijn van drie maanden.
9. Bij ministeriële regeling kan onder het stellen van regels worden bepaald dat een geneeskundige verklaring zeevaart geheel of gedeeltelijk wordt vervangen door een geautomatiseerd bestand.
2. De geneeskundige verklaring zeevaart wordt afgegeven door een keuringsarts die daartoe door Onze Minister is aangewezen of erkend.
3. Een geldige geneeskundige verklaring zeevaart afgegeven door een keuringsarts die door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland of die onder de verantwoordelijkheid van een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 27, eerste lid, is aangewezen of erkend, wordt aanvaard als een geneeskundige verklaring als bedoeld in het eerste lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de eisen van medische geschiktheid, de wijze van keuren en het model, afgifte of geldigheid van een geneeskundige verklaring zeevaart.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanwijzing en erkenning als keuringsarts alsmede de intrekking van deze aanwijzing en erkenning.
6. Indien de geldigheid van een geneeskundige verklaring zeevaart gedurende een reis verstrijkt, kan de betrokken zeevarende zijn werkzaamheden verrichten tot aan de volgende aanloophaven waar een keuring voor medische geschiktheid kan worden verricht, maar niet meer dan voor een termijn van drie maanden na het verstrijken.
7. Indien korte tijd voor vertrek van een schip de bemanning moet worden aangevuld, kan, indien dringende omstandigheden nopen tot het aanmonsteren van personen die niet in het bezit zijn van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, door Onze Minister aan een zeevarende die in het bezit is van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart waarvan de geldigheidsduur recentelijk is verstreken, ontheffing worden verleend van de in het eerste of tweede lid, bedoelde verplichting.
8. De in zevende lid bedoelde ontheffing geldt tot aan de volgende aanloophaven waar een medische keuring door een keuringsarts als bedoeld in het eerste of tweede lid, kan worden verricht, maar niet meer dan voor een termijn van drie maanden.
9. Bij ministeriële regeling kan onder het stellen van regels worden bepaald dat een geneeskundige verklaring zeevaart geheel of gedeeltelijk wordt vervangen door een geautomatiseerd bestand.