BWBR0050681
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 19
Wet bemanning zeeschepen
1. Aan personen die de nationaliteit bezitten van een andere staat dan genoemd in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, kan bij ministeriële regeling vrijstellingworden verleend van de nationaliteitseis, bedoeld in artikel 18, eerste lid, voor het dienstdoen op een zeeschip dat geen vissersvaartuig is.
2. Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden verleend aan de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs dat is erkend op grond van artikel 27.
3. Aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen of nadere voorschriften worden verbonden.
4. Door werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw wordt, ter regulering van de arbeidsmarkt voor kapiteins met de Nederlandse nationaliteit, respectievelijk die van een staat als bedoeld artikel 18, eerste lid, onderdeel c, voor hun sector een privaatrechtelijke regeling vastgesteld omtrent afgifte aan een scheepsbeheerder van een schriftelijke toestemming tot het aanstellen van een persoon met een andere nationaliteit in de functie van kapitein.
5. Elk van de regelingen, bedoeld in het vierde lid, bevat bepalingen ten aanzien van de afgifte, respectievelijk de weigering van een schriftelijke toestemming, door een paritair samengestelde commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden indien van belang voor een goede uitvoering, regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de regelingen als bedoeld in het vierde lid.
7. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de vrijstelling van de eisen neergelegd in artikel 18, eerste lid, onderdeel c, voor de gevallen waarin de privaatrechtelijke regeling is vervallen zonder dat door de werkgevers- en werknemersorganisaties in de desbetreffende sector is voorzien in vervanging van die regeling.
2. Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden verleend aan de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs dat is erkend op grond van artikel 27.
3. Aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen of nadere voorschriften worden verbonden.
4. Door werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw wordt, ter regulering van de arbeidsmarkt voor kapiteins met de Nederlandse nationaliteit, respectievelijk die van een staat als bedoeld artikel 18, eerste lid, onderdeel c, voor hun sector een privaatrechtelijke regeling vastgesteld omtrent afgifte aan een scheepsbeheerder van een schriftelijke toestemming tot het aanstellen van een persoon met een andere nationaliteit in de functie van kapitein.
5. Elk van de regelingen, bedoeld in het vierde lid, bevat bepalingen ten aanzien van de afgifte, respectievelijk de weigering van een schriftelijke toestemming, door een paritair samengestelde commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties in de sector koopvaardij, respectievelijk de sector zeegaande waterbouw.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden indien van belang voor een goede uitvoering, regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de regelingen als bedoeld in het vierde lid.
7. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de vrijstelling van de eisen neergelegd in artikel 18, eerste lid, onderdeel c, voor de gevallen waarin de privaatrechtelijke regeling is vervallen zonder dat door de werkgevers- en werknemersorganisaties in de desbetreffende sector is voorzien in vervanging van die regeling.