BWBR0050681
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 16
Wet bemanning zeeschepen
1. De kapitein is tegenover de scheepsbeheerder verplicht te handelen overeenkomstig de hem door de scheepsbeheerder gegeven orders, mits deze orders niet in strijd zijn met de verplichtingen, hem als kapitein door de wet opgelegd.
2. De kapitein stelt de scheepsbeheerder in kennis van alles wat het zeeschip en de zaken aan boord betreft.
3. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven bij de toepassing van artikel 9, eerste lid, verzoekt de kapitein de scheepsbeheerder gemotiveerd hem voor een bepaald tijdstip de benodigde aanvullende middelen te verschaffen. Een mondeling verzoek wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.
4. Indien de scheepsbeheerder niet tijdig of geen gevolg geeft aan het verzoek, bedoeld in het derde lid, stelt de kapitein Onze Minister daarvan in kennis.
2. De kapitein stelt de scheepsbeheerder in kennis van alles wat het zeeschip en de zaken aan boord betreft.
3. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven bij de toepassing van artikel 9, eerste lid, verzoekt de kapitein de scheepsbeheerder gemotiveerd hem voor een bepaald tijdstip de benodigde aanvullende middelen te verschaffen. Een mondeling verzoek wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.
4. Indien de scheepsbeheerder niet tijdig of geen gevolg geeft aan het verzoek, bedoeld in het derde lid, stelt de kapitein Onze Minister daarvan in kennis.