BWBR0050681
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 20
Wet bemanning zeeschepen
1. Een zeeschip is voorzien van een geldig bemanningscertificaat afgegeven door Onze Minister.
2. Een zeeschip is ten minste bemand overeenkomstig het bemanningscertificaat.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de minimaal voor de veiligheid benodigde bemanningssterkte als bedoeld in voorschrift 14 van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag of artikel 14 van het C188-verdrag en de inhoud, de aanvraag, de afgifte, wijziging, intrekking of het model van een bemanningscertificaat.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de samenstelling van de bemanning opgenomen op het bemanningscertificaat voor verschillende categorieën vissersvaartuigen.
5. Van de in het tweede lid bedoelde verplichting kan in bijzondere gevallen en indien er geen risico is voor de veiligheid ten behoeve van een bepaald zeeschip en gedurende niet meer dan zes maanden door Onze Minister ontheffing worden verleend. Aan een besluit tot ontheffing kunnen ter waarborging van de veiligheid voorschriften worden verbonden.
6. Bij ministeriële regeling kan onder het stellen van regels worden bepaald dat een bemanningscertificaat geheel of gedeeltelijk wordt vervangen door een geautomatiseerd bestand.
2. Een zeeschip is ten minste bemand overeenkomstig het bemanningscertificaat.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de minimaal voor de veiligheid benodigde bemanningssterkte als bedoeld in voorschrift 14 van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag of artikel 14 van het C188-verdrag en de inhoud, de aanvraag, de afgifte, wijziging, intrekking of het model van een bemanningscertificaat.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de samenstelling van de bemanning opgenomen op het bemanningscertificaat voor verschillende categorieën vissersvaartuigen.
5. Van de in het tweede lid bedoelde verplichting kan in bijzondere gevallen en indien er geen risico is voor de veiligheid ten behoeve van een bepaald zeeschip en gedurende niet meer dan zes maanden door Onze Minister ontheffing worden verleend. Aan een besluit tot ontheffing kunnen ter waarborging van de veiligheid voorschriften worden verbonden.
6. Bij ministeriële regeling kan onder het stellen van regels worden bepaald dat een bemanningscertificaat geheel of gedeeltelijk wordt vervangen door een geautomatiseerd bestand.