BWBR0050681
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 18
Wet bemanning zeeschepen
1. Op een zeeschip worden alleen personen als kapitein aangesteld die de nationaliteit bezitten van:
a. het Koninkrijk der Nederlanden;
b. een lidstaat van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, voor zover dat zeeschip geen vissersvaartuig is en Nederland met die staat een schriftelijke afspraak heeft gemaakt voor de erkenning van vaarbevoegdheidsbewijzen als bedoeld in voorschrift I/10 van de Bijlage bij het STCW-verdrag;
c. een andere staat die verdragspartij is bij het STCW-verdrag indien de betrokken kapitein in het bezit is van een schriftelijke toestemming ingevolge artikel 19, vierde lid.
2. Bij ministeriële regeling kan, onder het stellen van voorwaarden of beperkingen, ten behoeve van vissersvaartuigen vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bedoelde vereiste.
a. het Koninkrijk der Nederlanden;
b. een lidstaat van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, voor zover dat zeeschip geen vissersvaartuig is en Nederland met die staat een schriftelijke afspraak heeft gemaakt voor de erkenning van vaarbevoegdheidsbewijzen als bedoeld in voorschrift I/10 van de Bijlage bij het STCW-verdrag;
c. een andere staat die verdragspartij is bij het STCW-verdrag indien de betrokken kapitein in het bezit is van een schriftelijke toestemming ingevolge artikel 19, vierde lid.
2. Bij ministeriële regeling kan, onder het stellen van voorwaarden of beperkingen, ten behoeve van vissersvaartuigen vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bedoelde vereiste.