BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 4.3
Regeling natuurbescherming
1. Aan een ieder die een handeling of project als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, van het Besluit natuurbescherminguitvoert, wordt vrijstelling verleend van de artikelen 4.2, eerste lid, en 4.3, eerste, tweede en vijfde lid, van de wet.
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt uitsluitend indien:
a. de houtopstand niet ter voldoening aan artikel 4.3, eerste lid, van de wet is aangelegd;
b. voordat tot aanleg van de houtopstand wordt overgegaan, het tijdstip en de plaats van aanleg middels een formulier zijn gemeld bij de minister en de minister de ontvangst van de melding heeft bevestigd;
c. het bos binnen een periode van 40 jaar na het op het formulier vermelde tijdstip van aanleg in zijn geheel wordt geveld.
3. De minister stelt het modelformulier voor de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vast. Het modelformulier voorziet onder meer in een kadastrale omschrijving van de percelen waar tot aanleg van het bos wordt overgegaan.
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt uitsluitend indien:
a. de houtopstand niet ter voldoening aan artikel 4.3, eerste lid, van de wet is aangelegd;
b. voordat tot aanleg van de houtopstand wordt overgegaan, het tijdstip en de plaats van aanleg middels een formulier zijn gemeld bij de minister en de minister de ontvangst van de melding heeft bevestigd;
c. het bos binnen een periode van 40 jaar na het op het formulier vermelde tijdstip van aanleg in zijn geheel wordt geveld.
3. De minister stelt het modelformulier voor de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vast. Het modelformulier voorziet onder meer in een kadastrale omschrijving van de percelen waar tot aanleg van het bos wordt overgegaan.