BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 2.10
Regeling natuurbescherming
1. Het bevoegd gezag voor de Natura 2000-vergunning draagt zorg voor:
a. afschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die aan dat project is toegedeeld;
b. doorhaling van gereserveerde depositieruimte als de betrokken vergunningaanvraag is ingetrokken of als een besluit is genomen op de betrokken aanvraag;
c. omzetting van toegedeelde in gereserveerde depositieruimte als de vergunning is vernietigd.
2. Voor tracébesluiten draagt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat zorg voor:
a. afschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die hij heeft toegedeeld;
b. doorhaling van gereserveerde depositieruimte als hij het betrokken tracébesluit heeft vastgesteld;
c. omzetting van toegedeelde in gereserveerde depositieruimte als het tracébesluit is vernietigd.
3. Voor kavelbesluiten draagt de Minister voor Klimaat en Energie zorg voor:
a. afschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die hij heeft toegedeeld;
b. doorhaling van gereserveerde depositieruimte als hij het betrokken kavelbesluit heeft genomen;
c. omzetting van toegedeelde in gereserveerde depositieruimte als het kavelbesluit is vernietigd.
4. De in het eerste tot en met derde lid bedoelde bestuursorganen kunnen zorg dragen voor de bijschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die is vrijgevallen wanneer:
a. het besluit waarin depositieruimte is toegedeeld, is ingetrokken voordat het project is aangevangen; of
b. de bouw- en aanlegfase waarvoor depositieruimte is toegedeeld, is afgerond.
5. De in het eerste tot en met derde lid bedoelde bestuursorganen dragen zorg voor de bijschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die weer beschikbaar komt omdat het besluit waarin depositieruimte is toegedeeld, is ingetrokken of gewijzigd.
a. afschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die aan dat project is toegedeeld;
b. doorhaling van gereserveerde depositieruimte als de betrokken vergunningaanvraag is ingetrokken of als een besluit is genomen op de betrokken aanvraag;
c. omzetting van toegedeelde in gereserveerde depositieruimte als de vergunning is vernietigd.
2. Voor tracébesluiten draagt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat zorg voor:
a. afschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die hij heeft toegedeeld;
b. doorhaling van gereserveerde depositieruimte als hij het betrokken tracébesluit heeft vastgesteld;
c. omzetting van toegedeelde in gereserveerde depositieruimte als het tracébesluit is vernietigd.
3. Voor kavelbesluiten draagt de Minister voor Klimaat en Energie zorg voor:
a. afschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die hij heeft toegedeeld;
b. doorhaling van gereserveerde depositieruimte als hij het betrokken kavelbesluit heeft genomen;
c. omzetting van toegedeelde in gereserveerde depositieruimte als het kavelbesluit is vernietigd.
4. De in het eerste tot en met derde lid bedoelde bestuursorganen kunnen zorg dragen voor de bijschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die is vrijgevallen wanneer:
a. het besluit waarin depositieruimte is toegedeeld, is ingetrokken voordat het project is aangevangen; of
b. de bouw- en aanlegfase waarvoor depositieruimte is toegedeeld, is afgerond.
5. De in het eerste tot en met derde lid bedoelde bestuursorganen dragen zorg voor de bijschrijving in AERIUS Register van depositieruimte die weer beschikbaar komt omdat het besluit waarin depositieruimte is toegedeeld, is ingetrokken of gewijzigd.