BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 3.4
Regeling natuurbescherming
1. Ter uitvoering van de vrijstellingen, bedoeld in artikel 3.1, eerste en tweede lid, worden:
a. geen andere vangmiddelen of dodingsmiddelen gebruikt dan de in artikel 3.3, eerste, onderscheidenlijk derde lid, genoemde middelen;
b. aardhonden niet gebruikt voor het vangen of doden van vossen in holen in de periode van 1 maart tot en met 31 augustus;
c. de in artikel 3.3, eerste en derde lid, aangewezen middelen, met uitzondering van fretten, kastvallen, vangkooien en buidels, niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de tweede pinksterdag, de eerste en tweede kerstdag, en de hemelvaartsdag.
2. Ter uitvoering van de vrijstelling, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, worden geen andere methoden gebruikt dan de in artikel 3.3, tweede lid, genoemde methoden.
a. geen andere vangmiddelen of dodingsmiddelen gebruikt dan de in artikel 3.3, eerste, onderscheidenlijk derde lid, genoemde middelen;
b. aardhonden niet gebruikt voor het vangen of doden van vossen in holen in de periode van 1 maart tot en met 31 augustus;
c. de in artikel 3.3, eerste en derde lid, aangewezen middelen, met uitzondering van fretten, kastvallen, vangkooien en buidels, niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de tweede pinksterdag, de eerste en tweede kerstdag, en de hemelvaartsdag.
2. Ter uitvoering van de vrijstelling, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, worden geen andere methoden gebruikt dan de in artikel 3.3, tweede lid, genoemde methoden.