BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 2.7
Regeling natuurbescherming
1. Stikstofdepositieruimte kan worden gereserveerd door:
a. het bevoegd gezag voor de Natura 2000-vergunning voor projecten als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a tot en met g;
b. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor tracébesluiten;
c. de Minister voor Klimaat en Energie voor kavelbesluiten;
d. gedeputeerde staten voor andere projecten dan bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a, b en c, waarvoor zij het bevoegd gezag zijn voor de Natura 2000-vergunning of waarvoor de omgevingsvergunning op grond van artikel 6.10a, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht niet wordt verleend dan nadat gedeputeerde staten hebben verklaard dat zij daartegen geen bedenkingen hebben.
2. Stikstofdepositieruimte voor projecten als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a, b en c, ten aanzien waarvan artikel 2.8dis toegepast, kan worden gereserveerd nadat 17 weken zijn verstreken na de datum waarop de depositieruimte in AERIUS Register is opgenomen.
3. De in het tweede lid bedoelde reservering geschiedt in de volgorde waarin de aanvragen om de Natura 2000-vergunning zijn ontvangen.
4. Gedeputeerde staten reserveren alleen stikstofdepositieruimte voor een woningbouwproject als de woningen niet worden aangesloten op een distributienet voor aardgas.
5. Een reservering als bedoeld in het eerste lid:
a. onderdelen a en d: vervalt als het bevoegd gezag een besluit heeft genomen op de aanvraag om de vergunning;
b. onderdeel b: vervalt als de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het tracébesluit heeft vastgesteld;
c. onderdeel c: vervalt als de Minister voor Klimaat en Energie het kavelbesluit heeft genomen.
a. het bevoegd gezag voor de Natura 2000-vergunning voor projecten als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a tot en met g;
b. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor tracébesluiten;
c. de Minister voor Klimaat en Energie voor kavelbesluiten;
d. gedeputeerde staten voor andere projecten dan bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a, b en c, waarvoor zij het bevoegd gezag zijn voor de Natura 2000-vergunning of waarvoor de omgevingsvergunning op grond van artikel 6.10a, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht niet wordt verleend dan nadat gedeputeerde staten hebben verklaard dat zij daartegen geen bedenkingen hebben.
2. Stikstofdepositieruimte voor projecten als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a, b en c, ten aanzien waarvan artikel 2.8dis toegepast, kan worden gereserveerd nadat 17 weken zijn verstreken na de datum waarop de depositieruimte in AERIUS Register is opgenomen.
3. De in het tweede lid bedoelde reservering geschiedt in de volgorde waarin de aanvragen om de Natura 2000-vergunning zijn ontvangen.
4. Gedeputeerde staten reserveren alleen stikstofdepositieruimte voor een woningbouwproject als de woningen niet worden aangesloten op een distributienet voor aardgas.
5. Een reservering als bedoeld in het eerste lid:
a. onderdelen a en d: vervalt als het bevoegd gezag een besluit heeft genomen op de aanvraag om de vergunning;
b. onderdeel b: vervalt als de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het tracébesluit heeft vastgesteld;
c. onderdeel c: vervalt als de Minister voor Klimaat en Energie het kavelbesluit heeft genomen.