BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 2.4a
Regeling natuurbescherming
1. De minister voor Natuur en Stikstof draagt zorg voor het registreren in AERIUS
Register van depositieruimte die ontstaat door:
a. een maatregel als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a, b en c;
b. een maatregel als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, voor zover deze niet door een ander bestuursorgaan is aangemerkt als maatregel als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen d tot en met h.
2. De minister die het aangaat draagt zorg voor het opnemen van depositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen d tot en met g.
3. Gedeputeerde staten dragen zorg voor het opnemen van depositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel h.
4. De ministers en gedeputeerde staten kunnen depositieruimte in AERIUS Register opnemen als depositieruimte waarvan ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar kan worden gebruikt in een besluit waarbij een project wordt toegestaan als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, als de depositieruimte ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 2.4die hen aangaat.
Register van depositieruimte die ontstaat door:
a. een maatregel als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a, b en c;
b. een maatregel als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, voor zover deze niet door een ander bestuursorgaan is aangemerkt als maatregel als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen d tot en met h.
2. De minister die het aangaat draagt zorg voor het opnemen van depositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen d tot en met g.
3. Gedeputeerde staten dragen zorg voor het opnemen van depositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel h.
4. De ministers en gedeputeerde staten kunnen depositieruimte in AERIUS Register opnemen als depositieruimte waarvan ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar kan worden gebruikt in een besluit waarbij een project wordt toegestaan als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, als de depositieruimte ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 2.4die hen aangaat.