BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 3.22
Regeling natuurbescherming
1. Aan een ieder wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.25 van het Besluit natuurbescherming, voor het onder zich hebben of verhandelen van een dood dier.
2. Aan een ieder wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.25 van het Besluit natuurbescherming, voor het onder zich hebben van een levend dier.
3. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden uitsluitend, indien het dier:
a. aantoonbaar is verkregen: 1°. in Nederland overeenkomstig een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, van de wet, een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.15, tweede of vierde lid, of 3.16, tweede of vierde lid, van de wet, een ontheffing als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de wet, een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van de wet of op grond van artikel 3.20, eerste lid, van de wet, of
2°. buiten Nederland overeenkomstig de aldaar geldende regelgeving, of
1°. in Nederland overeenkomstig een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, van de wet, een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.15, tweede of vierde lid, of 3.16, tweede of vierde lid, van de wet, een ontheffing als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de wet, een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van de wet of op grond van artikel 3.20, eerste lid, van de wet, of
2°. buiten Nederland overeenkomstig de aldaar geldende regelgeving, of
b. indien het een dood dier betreft, aantoonbaar in het wild is gestorven buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier heeft toegeëigend.
2. Aan een ieder wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.25 van het Besluit natuurbescherming, voor het onder zich hebben van een levend dier.
3. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden uitsluitend, indien het dier:
a. aantoonbaar is verkregen: 1°. in Nederland overeenkomstig een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, van de wet, een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.15, tweede of vierde lid, of 3.16, tweede of vierde lid, van de wet, een ontheffing als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de wet, een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van de wet of op grond van artikel 3.20, eerste lid, van de wet, of
2°. buiten Nederland overeenkomstig de aldaar geldende regelgeving, of
1°. in Nederland overeenkomstig een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, van de wet, een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.15, tweede of vierde lid, of 3.16, tweede of vierde lid, van de wet, een ontheffing als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de wet, een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van de wet of op grond van artikel 3.20, eerste lid, van de wet, of
2°. buiten Nederland overeenkomstig de aldaar geldende regelgeving, of
b. indien het een dood dier betreft, aantoonbaar in het wild is gestorven buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier heeft toegeëigend.